Artikelen

Hiram in de geschiedenis (deel 3 – Illuminati)

Johann Christoph Woellner was de zoon van een protestantse geestelijke, die verblijf hield bij Spandau en prediker werd van de evangelische gemeenschap van Grossbehnitz bij Berlijn. Terwijl hij in zijn ambt was, slaagde hij erin de dochter van zijn meerdere, de generaal Itzenplitz te verleiden.

De familie stemde uiteindelijk toe in een huwelijk dat zij niet konden tegenhouden. De affaire was nog schandaleuzer vanwege het alom bekende feit dat Woellner met de moeder van het meisje naar bed was geweest, voordat hij haar huwde. Door zijn huwelijk verwierf hij een aanzienlijk vermogen. Hij was zeer geneigd tot de mystiek en werd al gauw een van de actiefste en prominentste leden van de Rozekruisers. Zijn naam in de loge was Chrysophron. Dankzij de invloed van zijn vrienden verkreeg hij een invloedrijke positie, die hij aanwendde voor zijn eigen zelfzuchtige belangen. Tot slot verwierf hij een positie aan het Pruisische hof.

Uiterlijk kwam hij heel bescheiden en mak over, terwijl zijn bedrog en ambitie tezelfdertijd grenzeloos waren. Hij schuwde geen enkel middel als hij er zijn doel mee kon bereiken. Zijn lage voorhoofd duidde op iemand met zeer beperkte intelligentie, maar een grote mate van sluwheid. Zijn kleine ogen waren voortdurend neerwaarts gericht. Zijn manieren waren die van een schijnheilige dandy. Gelijkgestemde zielen vinden elkaar en daardoor kwam hij op zeer goede voet te staan met Bischofswerder, een andere pseudo-Rozekruiser, die minister van Staat was en favoriet van koning Frederik Willem II van Pruisen. Samen met zijn vriend werkte hij aan het vernietigen van de religieuze vrijheid van het volk, en wij zullen hem verderop nog bespreken.

Iemand van dezelfde soort was de pastoor Johann August Stark, een evangelistisch prediker, doch in het geheim katholiek en banden hebbend met de Jezuïeten. Hij was buitengewoon hypocriet. Nog erger, doch veel absurder, was zijn leerling, de pseudo-Rozekruiser Mayer, een zeer excentriek karakter en groot fanaticus. Hij hinkte, was kaal, loenste en maakte een zeer onappetijtelijke indruk. Een brede borstkas met een immens waterhoofd erop, rustte op dunne, zwakke benen. Hij droeg doorgaans een zwarte broek met vest en een oranjekleurige jas. Terwijl hij preekte, schoot hij vanaf de kansel met een pistool op een man die tijdens de preek sliep en verwondde hem, terwijl hij uitriep: “Ik zal je wakker maken!” Hij deed aan tal van religies. ‘s Morgens ging hij naar de heilige mis, vervolgens preekte hij in de protestantse kerk, bracht de middag door in de Joodse synagoge of met de mennonieten, en ‘s avonds ging hij naar de vrijmetselaarsloge.

image010

Dit waren een paar van de typerende ‘Rozekruisers’ die de vrijmetselaarsloges uit die tijd vergiftigden. Het is een wonder dat zij de vrijmetselarij niet hebben vernietigd. Sommigen onder hen waren bedriegers, anderen gedupeerden, en niet weinigen overheersten de door hen gedupeerden, terwijl zij tezelfdertijd de dupe waren van weer anderen. Deze warboel van onverenigbare elementen, te weten vrijdenkers, piëtisten, redelijke mannen en bijgelovige dwazen, moest wel een scheiding binnen de loges teweegbrengen en zo werden zij vanzelf in twee delen gesplitst, waarvan het ene vooruitgang en tolerantie vertegenwoordigde, en het andere intolerantie en bijgeloof. Onder die laatste groep viel de ‘Sociëteit van het Kruis’, waarvan de leden bij hun installatie de volgende eed moesten afleggen: “In de naam van de gekruisigde zweer ik, alle banden te verbreken die mij binden aan mijn vader, moeder, broers, zusters, vrouw, familieleden, vrienden, geliefden, koning, weldoeners of enig ander mens aan wie ik mocht hebben gezworen dat ik hem zal gehoorzamen, opdat ik geheel en alleen Christus moge toebehoren.”

De kroonprins, naderhand koning Frederik Willem II van Pruisen, was zelf lid van een vrijmetselaarsloge en groot bewonderaar van Woellner en Bischofswerder, die een verdorven invloed op hem uitoefenden. Telkens wanneer de onfortuinlijke prins overvallen dreigde te worden door twijfel omtrent de bovennatuurlijke krachten van zijn vrienden, kalmeerden zij hem door de geest van de een of andere overleden vriend voor hem te doen verschijnen. Dat was helemaal niet zo moeilijk te volbrengen, omdat zij in het bezit waren van alle parafernalia die nodig waren om trucs uit te halen, zoals magische lantaarns, elektrische batterijen, et cetera. Ze liepen geen risico om bij deze trucs door de mand te vallen, aangezien de toeschouwers binnen een bepaalde magische cirkel moesten blijven, die zij niet mochten verlaten. Er werd altijd bij verteld, dat ongehoorzaamheid aan de bevelen van de magiër meteen de ernstigste gevolgen zou hebben, of wellicht voor iedereen fataal zou aflopen.

De grootste vijanden van de zogenaamde Rozekruisers waren de Illuminati, een geheime organisatie die zich over heel Duitsland uitstrekte. Aan het hoofd ervan stond de raadsman Weishaupt, voorheen professor aan de Universiteit van Ingolstadt in Beieren. In zijn jeugd was hij opgevoed in een Jezuïetenklooster, maar werd later een bittere vijand van die orde. Hij wilde het volk bevrijden van de banden der intolerantie door zijn kosmopolitische ideeën te verbreiden. Hij stichtte de orde der Illuminati, waarbij hij gebruikmaakte van de reeds bestaande maçonnieke symbolen en formules. Hij kondigde af, dat het doel van zijn orde niet was gelegen in het bestrijden van de Kerk of de staat, maar dat de orde van plan was te werken aan de morele verbetering van de mensheid, goed te doen, het kwade te voorkomen en nuttige kennis te verspreiden naar alle delen van de wereld. De noodzakelijke vereisten om lid te worden van zijn orde beschrijft hij als volgt.

“Wie niet doof is voor de stem van het lijden, wiens hart openstaat voor liefdadigheid, en de broeder en vriend is van de onfortuinlijke, is onze broeder. Hij behoort alle schepselen lief te hebben en zelfs een worm geen pijn te doen. Hij behoort standvastig te zijn in tegenspoed, onvermoeibaar goed te doen, moedig te zijn bij het overwinnen van moeilijkheden. Hij moet niet met verachting neerkijken op de zwakken. Hij moet boven alle zelfzuchtige en persoonlijke afwegingen staan, en gedreven om de mensheid tot voordeel te zijn. Hij moet luiheid uit de weg gaan en geen enkele kennis beneden zijn waardigheid achten om te onderzoeken. Doch het voornaamste doel in zijn leven moet het bereiken van zelfkennis zijn. Hij die hecht aan deugd en waarheid omwille van dezen zelf, hecht niet aan het applaus van de gewone man. Wie het aandurft datgene te doen wat zijn eigen hart hem beveelt te doen, is geschikt om lid van onze orde te worden.”

Net als alle geheime orden, bezat ook die van hem de betovering die altijd datgene omringt wat geheimzinnig is. Zij had drie graden. De eerste bestond uit de neofieten en de minervalen. Nadat hij een examen had behaald, werd de kandidaat in een hogere graad geaccepteerd, die bestond uit een lagere en de hogere graad van de Illuminati. Tot slot volgde dan de hoogste graad, die van priester. Volgens de denkbeelden van Weishaupt was het belangrijkste doel van ware religie het verheffen van de mens tot een hoger begrip van zijn ware aard en bestemming. Daardoor zou hij deze hogere staat van menselijke waardigheid kunnen verwerkelijken. Dit kon niet onder dwang bereikt worden, doch slechts door het verbreiden van kennis en het achterwege laten van fouten en bijgeloof. Hij dacht, dat wanneer de mensen zich eenmaal realiseren dat deugd noodzakelijk is en allen door broederlijke liefde verenigd zijn, immoraliteit, ondeugd, vernedering en armoede niet langer zouden bestaan en de mensen hun eigen heersers en gidsen zouden zijn. Verder poogde hij te bewijzen dat het ware (esoterische) christendom geen populaire religie was, of een religie voor de gewone bevolking, doch dat het een filosofisch systeem was, uitgedrukt in symbolen en slechts bevattelijk voor hen die ver genoeg waren gevorderd om erin te worden onderricht. Het was de plicht van de Illuminati de esoterische kant van de religieuze systemen te bestuderen en te trachten hun betekenis te begrijpen.

De hoogste rang in de hoogste graad was die van regent. De regenten waren de superieuren van de orde. Alleen de nuttigste en deugdzaamste leden werden tot die rang toegelaten, nadat zij door lange en zware beproevingen waren gegaan.

Al spoedig werden de Illuminati het voorwerp van angst en verdenking bij de regeringen, vooral in Beieren. Een protestantse geestelijke, Lange, werd onfortuinlijk genoeg gedood door de bliksem. Toen zijn lichaam door de autoriteiten werd onderzocht, vonden zij papieren die op de orde betrekking hadden en een lijst van haar prominente leden. Dit was het signaal voor een wijd verbreide inquisitie en vervolging. Vele der edelste en prominentste personen werden gevangen gezet of verbannen; anderen vluchtten. Er werd een prijs gezet op het hoofd van Weishaupt, die echter naar Gotha ontsnapte, waar hij asiel vond.

Toch bleef de orde van de Illuminati nog steeds bestaan. Tussen hen en de Rozekruisers bestond dezelfde animositeit als nu tussen de liberalen en de ultramontanen, of tussen de progressionisten en conservatieven. Elke partij viel de andere af en elke partij had daarvoor wel de een of andere goede reden, want de Rozekruisers poogden de mensen nog verder de duisternis en het bijgeloof in te duwen, terwijl de Illuminati de mensen een licht gaven dat zij niet begrepen. Door de autoriteit van het priesterschap – dat de mensen via angst regeerde – te ondermijnen, ondermijnden zij ook de autoriteit van de wet, die de mensen moet regeren zolang zij dat zelf niet kunnen.

Koning Frederik de Grote had niets op met deze religieuze twisten. In zijn gebieden was iedereen vrij om de godsdienst aan te hangen die hem het beste paste. Alle inspanningen van de Rozekruisers waren er daarom op gericht hun eigen macht over de kroonprins te bestendigen en daarin boekten zij succes. De kroonprins was een goedhartige, doch vrij beperkte man, wiens kracht tot op zekere hoogte uitgeput was door te veel sensueel genot. Hij leed vaak aan aanvallen van depressie en zat te broedden over de dingen uit het verleden waarover hij spijt had. Hij had wat troost en bijstand nodig. Zo nu en dan probeerde hij die te vinden in de armen van de hertogin van Lichtenau. Op andere momenten in die van de piëtisten en ‘Rozekruisers’ Bischofswerder en Woellner.

Deze ‘Rozekruisers’ gebruikten al de hun ter beschikking staande middelen om macht te verwerven. Zij belasterden Frederik de Grote en zagen in hem hun grootste vijand, omdat zij door zijn liberale maatregelen hun bekrompen ideeën en intolerantie niet aan de mensen konden opdringen. Zij maakten de goedgelovige kroonprins bang, door hem op overdreven wijze de ernstige gevolgen van het verbreiden van onreligieuze leerstellingen te schilderen. Zij stelden voor, de inquisitie nieuw leven in te blazen in protestantse vorm.

Frederik de Grote stierf. Frederik Willem II werd koning, doch Bischofswerder en Woellner en de maîtresse van de koning heersten over hem. Een van de eerste succesvolle pogingen van Frederik was het grotendeels herstellen van de macht van Rome in protestants Duitsland. Woellner werd minister van het religieuze departement. Spoedig volgde de uitgifte van het beruchte ‘religieuze edict’ van 9 juli 1788. In dit edict werd iedereen op last van de koning ervoor gewaarschuwd om zijn eigen rede ondergeschikt te maken aan de dogma’s van de Kerk. Zij die tegen deze order zouden ingaan, bedreigde men met het verlies van de ambten die zij bekleedden en met gevangenschap. Het werd iedereen grootmoedig toegestaan te geloven wat hij graag wilde, maar het edict verbood streng elke meningsuiting met betrekking tot religieuze aangelegenheden, wanneer deze mening niet door de Kerk werd gesanctioneerd. Doch iemand die het zou wagen een geestelijke belachelijk te maken, dreigde men met de zwaarste straf. Tezelfdertijd werd censuur ingevoerd, zodat niets gedrukt en gepubliceerd kon worden zonder eerst aan de kerkelijke autoriteiten ter goedkeuring te zijn voorgelegd.

De opwinding die door dit schaamteloze edict werd veroorzaakt, was vreselijk. De Illuminati, geleid door de boekhandelaar Nicolay in Berlijn, protesteerden ertegen, doch hun geschriften werden geconfisceerd. Woellner omgaf zich met ‘Rozekruisers’ en piëtisten. Men stelde een spirituele onderzoeksraad in, die iedere kandidaat voor een ambt onderzocht met betrekking tot deze religieuze stellingname voordat hij kon worden aangesteld. Zij onderzochten alle geestelijken en onderwijzers en sloten iedereen buiten die geen hypocriet was en durfde te zeggen wat hij dacht. Zij publiceerden een bedroevend slechte catechismus in slecht Latijn, waarin werd beschreven wat iemand moest geloven voordat hij het examen kon doorstaan. Men introduceerde piëtistische scholen en gezangboeken en al het mogelijke werd gedaan om de mensen nog dommer te maken dan zij al waren.

De schande die de naam Rozekruiser door deze pseudo-Rozekruisers ten deel viel, was zo groot, dat het publiek in Duitsland zelfs vandaag de dag nog alles wat met het Rozekruiserschap in verband wordt gebracht, gelijkschakelt aan intolerantie, piëtisme, schijnheiligheid, bedrog, animalisme en absurdisme. (Iets dergelijks gebeurde ook met de Vrijmetselarij  http://nl.wikipedia.org/wiki/Antivrijmetselarij)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Don`t copy text!

Word Vriend van de Mystieke School

Wil je verder lezen? Dat kan. Je kunt deze melding gewoon wegklikken, want wij doen niet aan betaalmuren.

Maar goede artikelen schrijven kost geld. Steun daarom onze missie als je ons werk belangrijk vindt.

Word Vriend van de Mystieke School