Artikelen

De spiritualiteit van de vrijmetselarij – deel II

Er is geen bewijs dat de speculatieve vrijmetselarij louter als sociaal verschijnsel ontstond. Integendeel, er is alle reden om aan te nemen dat de vrijmetselarij is ontstaan als middel om geschikte mannen in te wijden in een manier van moreel bewustzijn, maatschappelijke verantwoordelijkheid en zelfkennis.

De vrijmetselarij is bedoeld om dezelfde functie in de maatschappij te vervullen als dat de oude mysteriën in het verleden deden; inwijding in een mystiek pad naar verlichting. Het was een methode om de mens naar het heilige der heiligen in de grote tempel te brengen, om daar oog in oog te staan met de 'Opperbouwmeester des Heelals'.

Nu is er goed nieuws en slecht nieuws. Het goede nieuws is dat we in het maçonnieke systeem, voor degenen die niet vasthouden aan een geïnstitutionaliseerde religie (en zelfs voor degenen die dat wel doen), we een duidelijke route hebben (indien we ervoor kiezen om deze te volgen) naar zelfbewustzijn, zelfkennis en zelfrealisatie.


Het slechte nieuws is dat de vrijmetselarij in de loop der tijd een erg verstarde vorm van het ritueel heeft gekregen. Het schijnt dat in sommige loges het leren van de woorden en handelingen een doel op zichzelf is geworden. In andere loges zijn de ritualen naar de marges gedrukt en ligt de focus vooral op de niet-maçonnieke activiteiten in de ‘voorhof’, zoals het houden van ‘bouwstukken’ (korte lezingen) en de ‘zevende graad’ (het sociale samenzijn na afloop).

In veel loges zien we dat de deugd van stilte, en haar gunstige effecten, vergeten is. Er is nog maar weinig aandacht om te proberen de buitenwereld buiten te sluiten,  zo dat we, tenminste voor een tijdje, in onze eigen kern kunnen terugkeren. We kunnen hiervoor misschien geen betere verwijzing vinden dan de uitspraak dat ‘tussen Passer en Winkelhaak heiligheid is’.

In dit artikel kan niet expliciet worden ingegaan op de maçonnieke ritualen, maar deze verwijzing naar 'Heiligheid' is essentieel. Als de Winkelhaak in het ‘logo’ staat voor de hoekige materiële wereld, en de Passer voor de geestelijke wereld, dan is de vrijmetselarij datgene wat zich daar tussenin bevindt.

Het noemen van Heiligheid - of Goddelijkheid - trekt ons de diepte in; naar de spirituele dimensie van de Koninklijke Kunst. We kunnen niet langer ons alleen focussen op de vorm, en de inhoud negeren. We kunnen niet langer volhouden dat de vrijmetselarij geen diepere betekenis heeft, dat het alleen draait om het verkrijgen van een hogere graad.

De blinddoek
mason_nooseWat zijn andere aanwijzingen in onze ritualen die aangeven dat de vrijmetselaar door zijn inwijding is begonnen aan een reis waarvan de betekenis en het doel esoterisch/spiritueel zijn? De belangrijkste aanwijzing is dat de kandidaat wordt geblinddoekt.

Met het blinddoeken van de kandidaat wordt hij - symbolisch en letterlijk - in een staat van duisternis gebracht; het symbool van de onverlichte ‘oer’-staat van de mens. De handeling van het blinddoeken, verbindt de maçonnieke methode met die van de oude mysteriën, waar de rituelen op precies dezelfde manier begonnen.

Je kunt je afvragen of de handeling van het blinddoeken genoeg aanwijzing is voor de spirituele kern van de vrijmetselarij. Maar waarom blinddoeken we de kandidaat? Door het blinddoeken wordt hij geplaatst in een toestand van zintuiglijke deprivatie en desoriëntatie.

De reden is evident. Het stelt de kandidaat in staat om zijn focus te verleggen van de uiterlijke/materiële wereld - met al zijn zintuiglijke afleidingen - naar zijn eigen innerlijke wereld. In die wereld kan hij luisteren naar zijn stille zachte stem (Geleider), in zijn kern kan hij zichzelf vinden, en hij kan beginnen aan zijn reis naar het Licht.

Contemplatie en overpeinzing
vitriolBij de inwijding in de oude mysteriën duurde deze periode van zintuiglijke ‘onthouding’ langer, en was totale stilte vereist. De kandidaat werd in staat gesteld om een contemplatieve staat te bereiken waarin hij kon terugkijken op zijn leven, en waarin hij kon proberen te begrijpen wat zijn plaats is in zowel de stoffelijke als de geestelijke wereld.

In de Nederlandse vrijmetselarij wordt hiervoor de ‘Kamer van Overpeinzing’ gebruikt. In deze ruimte is de kandidaat voor zijn inwijding omgeven door symbolen van vergankelijkheid en sterfelijkheid; o.a. een schedel, een zandloper en een brandende kaars.

Hij wordt daar, in bijna totale duisternis en stilte, alleen gelaten om na te denken over zijn relatie tot de wereld, tot de samenleving waarin hij leeft, en over zijn eigen lot. Dan wordt de kandidaat geblinddoekt en naar de tempel (of werkplaats) geleidt, waar zijn symbolische reis naar het Licht kan beginnen.

Wanneer de loge die de kandidaat inwijdt het goed doet, dan zorgt de voorbereiding ervoor dat de symboliek van het rituaal niet alleen voor de kandidaat maar voor alle aanwezige vrijmetselaren tot leven komt. De aanwezige broeders nemen dan deel aan het mysterie van de kandidaat, en hebben de eer hem te assisteren in zijn transformatie van symbolisch Licht naar die van ‘echt’ Licht.

Lees hier:
Deel 1
Deel 2
Deel 3

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Advertentie