Vrijmetselarij

De Beitel

Arthur Ward beschrijft het symbool van de beitel in zijn boek “Masonic Symbolism and the Mystic Way”. In zijn boek leren we wat zijn interpretatie is van de werktuigen van de Leerling-Vrijmetselaar.

De beitel staat voor het intellect, de moker voor de wilskracht en de 24-maats liniaal voor het gevoel en ook de tijd. Met deze drie werktuigen kan de Leerling zijn Ruwe Steen bewerken tot de zuivere Kubiek.

Maar is de steen waar we aan werken wel van de goede soort? Indien niet het geval is dan is er ook geen reden om er aan te werken. Er geen slechte soorten stenen zijn. Elke steen, van welke vorm of materiaal dan ook, kan – mits men er hard aan werkt – in de buurt komen van het onbereikbare ideaal van de zuivere Kubiek.

En hoe kunnen wij – die nog lang geen kubiek zijn – oordelen welke steensoort het beste of het slechtste is voor de Tempel? Alleen de Bouwmeester kan dit doen omdat hij weet hoe de Tempel er uit komt te zien, en dus welke soorten kubiekjes hij nodig heeft.

Wij zijn de hoekstenen die de bouwers hebben weggegooid. Laten wij niet – op onze beurt – ook weer stenen gaan weggooien.

Hoe dienen we om te gaan met dit gereedschap? Net zo als met alle soorten gereedschap – zorgvuldig. Een beitel – hoe stevig die ook is – kan door slecht gebruik bot en onbruikbaar worden. De beitel moet alleen gebruikt worden voor het doel waarvoor het ontworpen is en op dat moment wanneer het optimaal effect heeft.

Wat levert dit spiritueel op voor de individuele broeder? Deze vraag kan alleen de broeder in kwestie beantwoorden en mogelijk pas wanneer hij op zijn sterfbed ligt en terugkijkt op zijn leven als Broeder en Mens.

 

Gerelateerde artikelen

Abonneer
Abonneren op
guest

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

0 Reacties
Inline Feedbacks
Bekijk alle opmerkingen
Het overnemen van tekst is niet toegestaan
0
Wil je reageren op dit artikel?x
()
x