Artikelen

Een bijzonder systeem van moraliteit

Een bijzonder systeem van moraliteit 1

Om een tegenwicht te bieden aan die broeders die in de vrijmetselarij slechts een methode willen zien, graag iets over maçonnieke moraliteit of zedelijkheid. De Vrijmetselarij in de 18de en 19de eeuw legde hier sterk de nadruk op.

Zodanig, dat we in de Leerling-catechismus van het Emulation Ritual (First Lecture) vinden:

Vraag 27: Wat is Vrijmetselarij?
Antwoord: Een eigendommelijk stelsel van zedelijkheid, omsluierd door zinnebeeldige voorstellingen en verklaard door symbolen. (vertaling Van Loo).

De z.g. Lectures* waren instructies in de vorm van catechismussen, waarin de symbolen en ritualen verklaard werden. Ze mochten in de 18de eeuw niet opgeschreven worden. De Lectures gaan onder andere over de vier kardinale deugden:

  1. Prudence “to direct”,
  2. Temperance “to chasten”,
  3. Fortitude “to support a Brother”,
  4. Justice “a guide to all this actions”

Kardinaal komt van het Latijnse “cardo“: draaipunt of scharnier. Op twee scharnieren draait een helft van een poortdeur. Dus de poort van onze Loge, waar het Ken U zelf boven staat, draait op vier scharnieren van de vier kardinale deugden. In de oudheid werd graag gezegd, dat onze wereld draait op de onderste en de hemel op de bovenste scharnieren.

Als we het op de mens toepassen dan hebben deugden 2 en 3 (Matiging en Standvastigheid/vastberadenheid) betrekking op de mens naar zichzelf toe. De deugden 1 en 4 (Voorzichtigheid en Rechtvaardigheid) hebben betrekking op de relatie mens-medemens.

Op vele achttiende-eeuwse tableaus worden de vier kardinale deugden gesymboliseerd door vier (koord-)kwasten, die op de vier hoekpunten zijn vastgeknoopt aan het knoop met negen of twaalf knopen. Dat koord hing soms wel aan de vier wanden van een Loge. De vier kwasten hingen als volgt:

  • N.O.= Rechtvaardigheid,
  • Z.O.= Standvastigheid,
  • Z.W. = Matiging,
  • N.W.= Voorzichtigheid.
    Aardig toch om nog eens uw Loge mee te tooien!

Laten we dieper ingaan op Voorzichtigheid (Prudentia). Het is namelijk een kardinale deugd waar we in deze tijd nogal moeite mee lijken te hebben. In de morele opvoeding van de moderne mens komt het nauwelijks meer voor. Wat verstond de oude Vrijmetselarij er onder?

De zesde Afdeling van de Leerling-catechismus zegt:

“Deze leert ons onze levens en handelingen te regelen naar de uitspraken der rede en is die gesteldheid van de ziel, waardoor de mens alle zaken in betrekking tot hun tijdelijk en eeuwig geluk wijselijk beoordeelt en voorzichtig beslist. Deze deugd behoort het onderscheidend kenmerk van elke Vrije en Aangenomen Metselaar te zijn, niet alleen voor het goed regelen van zijn eigen leven en handelingen, maar als een godvruchtig voorbeeld voor de profane wereld, en (deze deugd) behoort nauwgezet nagestreefd te worden in vreemd of gemengd gezelschap (waar men) zich nooit het minste Teken, Aanraking of Woord onvoorzichtig moet laten ontvallen [ never to let drop or slip the least Sign, Token or Word], waardoor onze maçonnieke geheimen onwettig verkregen zouden kunnen worden; altijd in herinnering houdend dat ogenblik, waarin men voor de A.M. in het Oosten geplaatst was, de linkerknie ontbloot en gebogen, de rechtervoet tot winkelhaak gevormd, het lichaam rechtop binnen de Winkelhaak, de rechterhand op de Bijbel, betrekking hebbend op het Handteken.”

Hoe zien we heden ten dage de kardinale deugd van Prudentia? Hiervoor kunnen we kijken naar de Boeddha en andere wijze meesters. Kenmerkend voor hun wijsheid is dat zij nooit zullen gaan veroordelen of debatteren wanneer een dom persoon hen iets voor de voeten gooit.

Typerend voor hun voorzichtigheid is dat ze een ‘domme’ vraag niet beantwoorden met een wijs antwoord: paarlen voor de zwijnen. Maar óf met een wedervraag: “Wie zegt gíj dat ik ben?”, óf met een parabel, óf er het zwijgen toe doen.

De parabel is een prachtige manier om wijsheid over te brengen. Je geeft geen direct antwoord, maar in indirecte vorm verpak je hoe de vragensteller ook tegen een kwestie aan kan kijken.

 

* De oudste Lecture die we kennen in geheimschrift is die van Browne (1798 en 1802). Na de vereniging van Antients en Moderns in de United Grand Lodge (1813) wordt een nieuw gezamenlijk rituaal opgesteld, het Emulation Ritual, door een studieloge zouden we zeggen: de Emulation Lodge of Improvement (1823). Hemming schreef daarvoor de Lectures voor de 3 graden. Ze is de nu nog meest verbreide werkwijze in Engeland. Hemming vond die Lectures niet zelf uit, maar borduurde voort op de bestaande. Om te weten wat de Vrijmetselarij inhoudelijk was in 18de begin 19de eeuw, kun je dus het best die Lectures raadplegen. Ze zijn vertaald door Van Loo (Thoth, Leerling-catechismus in 1967, nr.II/III M, Gezellen-catechismus in 1968 nr.I M, Meester-catechismus in 1968 nr.II M)

2 reacties op “Een bijzonder systeem van moraliteit

  1. Avatar

    Vind je wel dat de vrijmetselarij een bepaalde moraliteit bepleit? Heeft moraliteit een plek in de vrijmetselarij? En wat is de moraliteit die de vrijmetselarij (eventueel) probeert over te brengen?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Don`t copy text!

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en ontvang gratis een mystiek e-boek

Schrijf je nu in voor onze maandelijkse nieuwsbrief. Dan blijf je niet alleen gemakkelijk op de hoogte van interessante artikelen, nieuwe cursussen en leuke acties, maar ontvang je ook tijdelijk het exclusieve mystieke ebook 'De Tempel der Mensheid'.