Artikelen

Wagners Parsifal en de Queeste naar de Graal: Derde akte

Wagners Parsifal en de Queeste naar de Graal: Derde akte 1

De derde akte over de verlossing, vindt plaats in het gebied van de Graal op de ochtend van Goede Vrijdag: overal in het rond bloeien bloemen en begeerte beweegt zich door de hele natuur die ze tot nieuw leven wekt.

Gurnemanz treedt op vanuit een eenvoudige kluizenaarshut als hij Kundry’s geklaag hoort. Hij merkt bij haar een verandering op: het wilde in haar is geweken. Ze laat zich door Gurnemanz wekken uit haar verstarring. Haar enige verlangen schijnt te zijn de ridders van de Graal te dienen, maar Gurnemanz vertelt haar over een verandering in het ridderschap: de bron van goddelijke wijsheid is opgedroogd. Het is nu ieder voor zich.

Intussen betreedt Parsifal het toneel in een zwarte wapenrusting, die Wagner beschouwde als een symbool van wilskracht.
Gurnemanz daagt de ‘vreemde’ uit zijn wapens op deze heilige plaats neer te leggen. Dan steekt ‘Parsifal de speer voor zich in de grond, legt schild en zwaard daaronder, opent zijn helm, neemt die van het hoofd en legt hem naast de andere wapens, waarna hij in stil gebed voor de speer neerknielt. . . Parsifal verheft de blik vroom naar de punt van de speer.’

Holygrail

In het gebied van de Graal, worden de wapens van het persoonlijk bewustzijn geofferd aan de kracht van de intuïtie: de helm van intelligentie, het schild van moed en het zwaard van de actieve wil, terwijl de punt van de speer (het denken) het moment van de hoogste concentratie vertegenwoordigt dat leidt tot intuïtief begrip van de wereld. Nu herkent Gurnemanz de speer en ook de man die eens de zwaan doodde. De speer is terug in het gebied van de Graal: de kracht van de intuïtie schittert weer. Op de vraag waar hij vandaan komt, antwoordt Parsifal: ‘Door dwaling en het pad van lijden kwam ik: . . . Een boze vervloeking voerde mij langs ongebaande wegen en nooit vond ik het pad naar genezing; talrijke gevaren, gevechten en twisten dwongen mij van het pad, zelfs als ik dacht het te kennen.’

Gurnemanz vertelt dat sinds Titurels dood de toestand van de Orde slechter is geworden: de intuïtie is volkomen verloren gegaan en de Graal zelf blijft in het heiligdom opgesloten. De ridders voeden zich nu nog slechts met dogma’s. Parsifal springt op in hevige pijn – hij voelt zich verantwoordelijk voor het lijden van de ridders. Amfortas moet op de dag dat zijn vader wordt begraven het heiligdom openen waarin de Graal is verborgen. Gurnemanz wil Parsifal naar hem toe brengen. Maar eerst vindt een van de meest betekenisvolle scènes van de opera plaats: terwijl Kundry de voeten van Parsifal wast, ontwaakt in hem het volle besef van zijn opdracht. Als eenmaal de reiniging en zuivering van het persoonlijk zelf (de voeten) heeft plaatsgevonden, gaat Gurnemanz ertoe over zijn hoofd te zalven – zijn geestelijk vermogen tot oordelen binnen het persoonlijk zelf moet eveneens zuiver en vlekkeloos zijn.

Parsifal is daarmee Koning van de Graal geworden. Zijn eerste taak is Kundry te dopen: de begeerte-natuur wordt in de gemeenschap opgenomen als een voor de ontwikkeling noodzakelijk element en wordt de stuwende kracht van zuivere goddelijke liefde. Dat de begeerte niet langer het lagere dient, maar het hoger zelf, brengt een ommekeer teweeg in de hele natuur. Gurnemanz zegt het als volgt: ‘Zo brengt de hele schepping dank, al wat hier bloeit en snel verwelkt, nu de natuur, bevrijd van zonde, vandaag haar dag van onschuld verwerft’. Parsifal kust Kundry dan teder op het voorhoofd.

In de verte hoort men klokgelui. Bij het naderen van de tempel van de Graal, wordt tijd opnieuw ruimte en wordt het binnenste van de tempel zichtbaar. Het is hetzelfde toneel als aan het einde van het eerste bedrijf, alleen donkerder. Twee rijen ridders betreden het toneel, de ene draagt de doodskist van Titurel, de andere Amfortas op zijn doodsbed. De ridders zijn zich ervan bewust dat ze zonder de scheppende kracht van de intuïtie van de Graal gedoemd zijn te sterven. Ze zijn niet sterk genoeg het heiligdom zelf te openen en dringen er voortdurend bij Amfortas op aan dat te doen, maar hij is door zijn ondraaglijke pijn niet meer in staat het heiligdom te openen. Hij vraagt de ridders hem te doden omdat niemand in staat is de wond te dichten.

Op dat ogenblik breekt de goddelijke liefde van het hoger zelf door: Parsifal betreedt de zaal, begeleid door Gurnemanz en Kundry en terwijl hij de wond aanraakt met het einde van de speer zegt hij: ‘Slechts één wapen deugt: alleen de speer die u trof kan uw wond helen’. Het persoonlijke denken dat neigt naar materialisme, veroorzaakte de kloof in de menselijke natuur; het intuïtieve denken sluit de spleet tussen de geestelijke en de materiële gerichte polen. Parsifal vervolgt: ‘Wees genezen, vergeven en ontdaan van zonden! Want ik zal nu uw taak vervullen. Gezegend zij uw lijden, dat de reine dwaas de kracht van mededogen en de macht van zuiver weten schonk!’

Parsifal loopt naar het midden van het toneel, houdt de speer hoog boven zich en zegt: ‘Ik breng u de heilige speer terug!’ Allen kijken eerbiedig naar de geheven speer; Parsifal richt de blik op de punt daarvan en zegt: ‘O verheven vreugde van dit wonder! Deze, die uw wond kan genezen, daaruit zie ik heilig bloed stromen, verlangend naar die verwante bron die stroomt en bruist binnen de Graal. Niet langer zal die verborgen blijven: onthul de Graal, open het heiligdom!’
Parsifal bestijgt de altaar treden, neemt de Graal uit het nu door de schildknapen geopende heiligdom en knielt daarvoor in stil gebed en overpeinzing. De Graal begint te stralen met een zacht licht, waardoor de duisternis eronder toeneemt en het licht daarboven wordt versterkt.
Een lichtstraal: de Graal straalt op zijn sterkst. Uit de koepel daalt een witte duif omlaag en blijft zweven boven het hoofd van Parsifal. Kundry zinkt langzaam levenloos op de grond voor Parsifal, de blik op hem gericht. Amfortas en Gurnemanz knielen als eerbetoon aan Parsifal, die de Graal zegenend beweegt boven de in eerbied verzonken broederschap van ridders.

Met deze toneelaanwijzingen voor de slotscène vat Wagner de uiteindelijke triomf van de heldenziel samen. Door de daad van Parsifal richt het materialistische denken van de mens zich weer omhoog naar het goddelijke; de kracht van de scheppende intuïtie stroomt weer door alle gebieden. Bijgevolg wordt de verstarde geestelijke traditie van Titurel opnieuw van leven doortrokken en staat hij op uit zijn doodskist. De goddelijke geest, gesymboliseerd door de duif, zweeft boven Parsifals hoofd.

Naar de slotakte

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Don`t copy text!

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en ontvang gratis een mystiek e-boek

Schrijf je nu in voor onze maandelijkse nieuwsbrief. Dan blijf je niet alleen gemakkelijk op de hoogte van interessante artikelen, nieuwe cursussen en leuke acties, maar ontvang je ook tijdelijk het exclusieve mystieke ebook 'De Tempel der Mensheid'.