Artikelen

Suhrawardi en de mystieke kunst van het verhalen vertellen

Suhrawardi en de mystieke kunst van het verhalen vertellen 1

Drie spirituele vertellingen van de Perzische ‘Meester van het Licht’ Suhrawardi zijn in het Nederlands te lezen in het boek ‘Het ruisen van Gabriëls vleugels’. Elk van de verhalen is voorzien van een uitgebreide toelichting over de islamitische gnosis door de Arabiste Bettina Löber.

Wie was Suhrawardi en waarom zou iedereen die geïnteresseerd is in spiritualiteit dit boek moeten lezen?

In het westen is veruit de bekendste soefi-mysticus Mevlana Roemi. Vooral zijn liefdesgedichten zijn zeer populair. Zo populair dat gedichten van hem op Valentijnskaarten staan. Want de liefde is voor iedereen begrijpelijk, ook voor niet-mystici.

Meester van het Licht

Een in het westen minder populaire soefi-mysticus is Shihāb al-Dīn Suhrawardī. Ook wel Suhrawardī al-Maqtul (de Martelaar) genoemd. Deze mysticus is minder populair omdat zijn teksten moeilijker zijn te doorgronden.

Suhrawardi en de mystieke kunst van het verhalen vertellen 2
Shihāb al-Dīn Suhrawardī

Suhrawardī schrijft niet over de liefde, maar over het licht. Daarom wordt hij ook de sjeich al-Israq genoemd, de meester van het licht of de meester van de verlichting.

Suhrawardī heeft een aantal mystieke ‘sprookjes’ geschreven. In elk van deze verhalen gebruikt Suhrawardī talrijke symbolische beeltenissen om zijn filosofie te onderbouwen.

Het fenomeen van een mysticus of filosoof die verhalen schrijft om aspecten van zijn filosofische leringen over te brengen, is natuurlijk niet uniek voor alleen Suhrawardī. Een aantal mystici ging hem voor. Zoals bijvoorbeeld de Broederschap van de Puurheid (Ikhwān al-Ṣafā). Maar ook Avicenna (Ibn Sina) en Ibn Ṭufayl schreven mystieke verhalen.

Wat Suhrawardī’s verhandelingen uniek maakt, is dat hij in zijn verhalen belangrijke termen en concepten uit zowel de islamitische filosofische traditie als uit de mystieke soefi-traditie gebruikt. Op een meesterlijke manier brengt hij de rationele filosofie en de intuïtieve mystiek samen.

In de verhalen van Suhrawardī is vaak de figuur van de spirituele gids prominent aanwezig. Deze figuur dient als een mystieke leraar die de lezer meeneemt door zowel de vele diepe niveaus van de macrokosmos (de kosmische orde) als de diepten van hem of haar Zelf. De mystieke verhalen van Suhrawardī bieder de lezer dus als het ware een tekstuele ‘workshop’ mystieke wijsheid.

Lezer wordt verteller

Zoals het geval is in al zijn symbolische verhalen, is de verteller van het verhaal zowel Suhrawardī als niet Suhrawardī. Hij is aan de ene kant de verteller van het verhaal omdat Suhrawardī het verhaal vertelt in de ik-vorm. Maar voor de persoon die het verhaal leest en in de voetsporen van de verteller stapt om ingewijd worden in de innerlijke betekenis van de symbolen en mystieke inzichten, is de “ik” van het verhaal de lezer zelf.

Door de tekst te lezen wordt de lezer de verteller. En door de verteller te worden, doorloopt de lezer het mystieke pad dat Suhrawardī heeft doorlopen. Door de verhalen van Suhrawardī’s te lezen, komt de lezer dus dichter bij zijn of haar ‘ware’ zelf.

Misschien wel de bekendste van de mystieke verhalen van Suhrawardī is ‘Het ruisen van Gabriëls vleugels’ (Āwāz-i parr-i Jibrā’īl). Om duidelijk te maken hoe pedagogisch en diepzinnig dit mystieke verhaal is, behandelen we hieronder de symbolen, die nog maar in het begin van het verhaal de revue passeren.

Om maar gelijk met de titel van het verhaal te beginnen, de term ’āwāz’ kan op verschillende manieren vertaald worden, zoals ‘gezang’, ‘geluid’, ‘trilling’, ‘nagalm’ en ‘lied’. Voor de Nederlandse vertaling is ‘ruisen’ gebruikt, wat even plausibel is.

Het verhaal

Aan het begin van het verhaal ‘Het ruisen van Gabriëls vleugels’ schrijft Suhrawardī over zijn bevrijding uit de vrouwenvertrekken in het paleis waarin hij woont. Hij is geen kind meer en dus wil hij naar het gedeelte van het paleis waar zijn vader is en waar de mannen verblijven.

Deze hele scène speelt zich af tegen de achtergrond van de zonsopgang. De verteller cirkelt (ṭawāf) rondom de vertrekken waar de mannen verblijven tot het aanbreken van de dag.

De ruimte die hij vervolgens instapt, is die van een soefi-loge (khānaqāh). Een van de deuren leidt naar de stad en de andere deur leidt naar de woestijn (ṣaḥrā) en een tuin (bustān).

Na het sluiten van de deur die naar de stad leidt, loopt hij de woestijn in en de tuin. Eenmaal buiten ontmoet hij tien prachtige wijze personen (pīrān) op een bank. Met grote aarzeling nadert hij ze en begroet hij ze.

De engel en de innerlijke tempel

Suhrawardi en de mystieke kunst van het verhalen vertellen 3

De ontmoeting die plaatsvindt met deze wijzen is mysterieus. Het aantal van tien lijkt willekeurig wanneer iemand niet bekend is met de opvatting in de klassieke islamitisch filosofie van de tien kosmische intelligenties.

Elke intelligentie (aql) komt voort uit een hogere in een reeks afdalingen vanuit het Eerste Intellect (de eerste emanatie van de Godheid) helemaal tot het tiende of Actieve Intellect (al-‘aql al-fa”āl).

Deze tien intelligenties werden door Avicenna (Ibn Sina) geassocieerd met tien aartsengelen. De tiende of het Actieve Intellect wordt geassocieerd met de engel Gabriël, de engel van Openbaring. Hij is de wijze die aan het verste uiteinde van de bank zit. Dus het dichtste bij de stoffelijke wereld en de mensheid.

Gabriël is de engel die openbaringen aan de profeten brengt, als schakel fungeert tussen hemel en aarde en de spirituele gids van de mensheid is.

Wanneer Suhrawardī deze tien wijzen benadert, richt hij zich tot de engel Gabriël en vraagt ​​hem waar deze wijzen vandaan komen. Gabriel antwoordt op de volgende manier:

“We zijn een gemeenschap van onstoffelijke wezens en we komen uit het gebied van Nergens (nā kujā-ābād).”
Ik begreep de verwijzing niet, dus vroeg ik verder: “Bij welk gebied (sfeer) hoort deze stad?”
“Zij behoort tot het gebied, waarnaar de vinger niet kan wijzen”, antwoordde hij.
Toen besefte ik dat de wijze goddelijke kennis bezat.

Inwijding

De engel vertelt Suhrawardī dat ze komen van die plaats die niet kan worden aangewezen met de wijsvinger. De plaats die Nergens is, is natuurlijk waar deze mystieke ontmoeting plaatsvindt. Door de engel te ontmoeten, wordt Suhrawardī (de lezer) ingewijd in de spirituele ‘loge’, namelijk de verbeelding.

Suhrawardi en de mystieke kunst van het verhalen vertellen 4De ontmoeting met de engel is een soort inwijding. Het vereist dat de lezer bereidt is zich in zijn geheel opnieuw tot zijn of haar ware zelf te wenden.

De engel is een spirituele gids voor Suhrawardī (de lezer) omdat hij ervoor zal zorgen dat de lezer die stappen opnieuw zet die hem of haar terugleiden naar zichzelf.

De engel zal de lezer toestaan ​​om de nodige spirituele duiding (ta’wīl) van de tekst vanuit zijn of haar eigen ziel uit te voeren. Hierdoor kan de lezer zich opnieuw wenden tot zijn of haar oorspronkelijke natuur.

Op dit punt in het verhaal is de ware zelf nog verschillend van de lezer. De lezer is nog niet opgegaan in zijn of haar ware zelf. Daarom kan deze de rol van externe pedagoog vervullen. In werkelijkheid zijn de verteller en de ware zelf niet anders.

Omdat zijn ziel echter nog steeds gevangen zit in de wereld, moet de lezer opnieuw leren wat hij altijd heeft geweten, zodat hij opnieuw kan weten wie hij werkelijk is.

Er dient binnen het individu een fundamentele verandering plaats te vinden waardoor hij of zij zichzelf opnieuw als een gevangene in de ‘kosmische crypte’ kan herkennen. Dit besef is de stimulans voor zijn ontwaken en de ontmoeting met de engel.

Fundamentele verandering

Dat er een fundamentele verandering in de lezer moet gebeuren, wordt bevestigd door de engel wanneer Suhrawardī hem vraagt ​​waarom deze tien wijzen, die worden gekenmerkt door onbeweeglijkheid, zijn afgedaald naar de lagere wereld:

“Hoe kon u in dit convent plaatsnemen, aangezien u toch hebt beweerd, dat er geen beweging en geen verandering van u zichtbaar wordt.”

In antwoord op zijn vraag, geeft de engel Suhrawardī een analogie van een blinde man die het licht van de zon niet ziet. De zon verandert nooit. Het is altijd waar het is. Als de blinde man de zon niet waarneemt, is het niet vanwege de zon. Het is eerder omdat de man niet het vermogen bezit dat hem in staat stelt de zon te zien. Maar wanneer hij de zon kan zien, is dit omdat er een verandering in hem is gebeurt en niet in het object van zijn waarneming, dat er altijd al is geweest.

De engel vertelt aan Suhrawardī:

“Wij hebben ook altijd op deze bank gezeten, maar je [eerdere] onvermogen om te zien is geen aanwijzing voor ons niet-zijn, noch toont [het feit dat je ons nu kunt zien] een verandering of beweging [van onze kant] aan – de verandering is in jouw toestand (ḥāl).”

Verbeelding

Deze ontmoeting kon alleen plaatsvinden in de verbeelding. Suhrawardī plaatst de verbeelding als een staat tussen waken en slapen. In het begin van de vertelling wanneer Suhrawardī schrijft over het moment vlak voor zonsopgang beschrijft hij dus de innerlijke staat die vereist is voor de ontmoeting met ons hemelse archetype.

Wanneer we “wakker” worden in onze verbeelding ontstaat er in ons een verlangen om het vergankelijke rijk overstijgen en contact te maken met ons hemelse archetype.

Dit is wie/wat we altijd zijn geweest en nooit opgehouden te zijn. Maar we zijn het achteloos vergeten als gevolg van ons materiële bestaan. Het verlangen om naar binnen te gaan, wordt veroorzaakt door dit gewaar-zijn, zonder welke je je nooit naar binnen kunt keren omdat je wordt afgeleid door het uiterlijke.

De semi-droomtoestand van de verbeelding waarin Suhrawardī zich bevindt, is de plek (die geen stoffelijke plek is) waar hij nooit van is weggegaan, maar waarvan hij zich nu pas bewust is geworden. Dit komt doordat hij nu beseft dat hij gevangen zit in de ‘kosmische crypte’ van zijn stoffelijke lichaam.

Deze geestelijke staat van contemplatie wordt gesymboliseerd door het aanbreken van de dageraad die de verlichting symboliseert. Het verklaart waarom Suhrawardī een intens verlangen had om naar zijn vader in de convent (khānaqāh) te gaan.

De plaats van ontmoeting

De term ‘khānaqāh’ dient begrepen te worden als “de innerlijke tempel” of de “plaats waar de ontmoeting met de engel kan plaatsvinden”. Het is in deze innerlijke tempel dat Suhrawardī de engel ontmoet. De ‘vader’ waarnaar Suhrawardī verwijst, is de engel van zijn eigen wezen, zijn persoonlijke spirituele gids.

Door de tempel van zijn “vader” binnen te gaan, keert hij zich naar zichzelf toe. Met andere woorden, hij keert naar binnen. Deze eerste stap, die Suhrawardī dus eigenlijk naar zichzelf zet, wordt extern in gang gezet.

Binnen de symboliek van de mystieke verlichting is het een innerlijke verlichting, maar eentje die voortkomt van buiten. Dat wil zeggen, de verlichting van zijn archetype, die zich eeuwig in de goddelijke “geest” bevindt, dwingt hem van buitenaf om naar binnen te keren.

Dit ‘van buitenaf’ moet niet worden begrepen in termen van fysieke ruimte. Het heeft betrekking op de volledige afhankelijkheid die de spirituele aspirant heeft van de goddelijke wil (in die zin dus “buiten” van hem).

De engel die Suhrawardī tegenkomt, is niets anders dan zijn eigen ware goddelijke zelf. Suhrawardī komt de tempel binnen om te contempleren. Dat wil zeggen, in de etymologische betekenis van het woord, om die plaats binnen te gaan waar men Gods goddelijke ‘zijn’ kan aanschouwen.

Al deze symbolen staan nog maar in de eerste twee pagina’s van het verhalen. En naast het verhaal ‘Het ruisen van Gabriëls vleugels’ behandelt het boek nog twee andere mystieke verhalen van Suhrawardi. Dit boek biedt daardoor een schatkamer aan mystieke symboliek. Wat precies het ‘ruisen van Gabriels vleugels’ is, mag je zelf achterkomen.

Het boek

Suhrawardi en de mystieke kunst van het verhalen vertellen 5
Het ruisen van Gabriels vleugels

De drie verhalen in het boek ‘Het ruisen van Gabriëls vleugels’ zijn naast het verhaal dat de titel van het boek vormt, het verhaal ‘De rode intelligentie’ en het verhaal ‘De vertelling van de westerse ballingschap’.

Elk verhaal wordt door Arabiste Bettina Löber voorafgegaan door een inleiding die de centrale thema’s behandelt. En elk verhaal wordt gevolgd door een uitgebreide verklaring.

Bettina toont een grote kennis van het onderwerp door, naast haar vertaling en adequate koppelingen met de Perzische mystiek, verbanden te leggen tussen alle mystieke tradities die Suhrawardi inspireerden. Vooral de Hermetische traditie haalt zij daarbij veelvuldig aan. Wij kunnen ons erg vinden in de door haar gelegde verbanden en duidingen. 

De verklaringen zijn onontbeerlijk om de verhalen van Suhrawardi op meerdere niveaus te begrijpen. En op hoe meer niveaus je de verhalen begrijpt, hoe dichter je bij je ware zelf komt.

Deze verklaringen maken deze uitgave “Het ruisen van Gabriels vleugels” tot een must-have voor iedereen die geïnteresseerd is in mystiek. Niet alleen in Islamitische mystiek, want de geniale mystieke meester Suhrawardi baseerde zich voor zijn verhalen niet alleen op de Koran maar ook op de Bijbel, op mystieke meesters als Zarathoestra, Hermes Trismegistos en Plato en op het Perzische ‘Koningsboek’.

Suhrawardi herkent in al deze bronnen een enkel doel; de menselijke ziel tot haar hoge bestemming voeren. Met dit boek zal iedere lezer grote stappen kunnen zetten naar deze bestemming.

Het ruisen van Gabriels vleugels
Het ruisen van Gabriels vleugels
Drie Symbolische Vertellingen
€19,50
Op voorraad. Voor 23:00 uur besteld, morgen in huis
Klik om dit product op bol.com te bekijkenSuhrawardi en de mystieke kunst van het verhalen vertellen 6

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Don`t copy text!

Meld je aan voor onze nieuwsbrief

Blijf via onze maandelijkse nieuwsbrief gemakkelijk op de hoogte van interessante artikelen, nieuwe cursussen en leuke acties. Schrijf je nu in!
Holler Box