fbpx

Artikelen

Het nieuwe Inwijdingsmysterie

Of de processen die men in het verleden doorliep, en gericht waren op het bereiken van Verlichting, nu nog steeds actueel zijn, het volgende; In het verleden werd de naar bevrijding hunkerende mens naar de oude oosterse tradities of naar de oude Mysteriescholen geleid, die altijd een bemiddelende rol vervulden bij de bevrijding van de mens.

Die zielen die rijp waren en zoekende waren, werden in de ashrams of in de diverse Mysteriescholen onder leiding van een leraar in de oude wijsheid ingewijd. Op die manier werden zij opgenomen in de kring van ingewijden, om zo de laatste reis aan te vangen naar Bevrijding van de Geest en naar Verlichting, om zo de nieuwe natuur te kunnen verwelkomen en zich van de oude natuur los te maken.

Echter, de twee oude stromingen van inwijdingen die richting gaven aan die diepe wens om de Nieuwe Natuur te ontvangen, waren stromingen die niet zomaar voorbijgingen aan de persoonlijkheid. Het waren stromingen die uitgingen van deling – respectievelijk het cultiveren van de persoonlijkheid.


In beide stromingen werd de kandidaat ingewijd in de oude Wijsheid, maar werd getracht de persoonlijkheid daaraan ondergeschikt te maken of deze zelfs in de Goddelijke Mysteriën te laten inwijden. In beide gevallen waren alle kandidaten hunkerend naar Vervulling en dorstend naar de Waarheid.

De kandidaat voor de Goddelijke Mysteriën werd op zijn wenken bediend en kreeg toegang tot de oude Wijsheid, maar aan het praktiseren hiervan, dat zo noodzakelijk was voor het verder doorlopen van het individuele Pad, werd nagenoeg geen aandacht besteed.

Bij het delen van de persoonlijkheid werd getracht de laagste en meest fysieke voertuigen van de 4-voudige mens af te zonderen van de hogere voertuigen, door deze lagere voertuigen te verloochenen, dat wil zeggen gecontroleerd op te geven via verschillende technieken.

Aangezien het kleine zelf zichzelf helemaal niet kan verloochenen, controleren of zichzelf volledig het stilzwijgen kan opleggen, zijn het hierbij de hogere voertuigen van het kleine zelf die het stoffelijke zelf trachtten af te stoten en te onderwerpen (de mind/het intellect als de strenge kastijder, degene die bepaalde technieken beoefent tot splitsing van het astrale voertuig, de mysticus die tracht zijn lagere stoffelijke zelf veelal door ascese te ontkennen) .

Men probeert een deel van het kleine zelf (=de persoonlijkheid) af te stoten, maar het geeft dan feitelijk opdracht aan het zelf om zich af te stoten. Deze methode verschaft het kleine zelf dus genoegdoening door te trachten in ieder geval de wat hogere voertuigen van het lagere zelf mee te laten liften in de zich verheffende mens.

Maar juist omdat toch de hogere voertuigen van het kleine zelf hierin betrokken zijn, is daar natuurlijk een grens aan gesteld, precies zoals Paulus, de Gnosticus, het treffend zei in zijn onsterfelijke woorden:

Het vergankelijke kan geen deel hebben aan het onvergankelijke.

Zelfs de hoogste voertuigen van de mens (het astrale respectievelijk mentale lichaam) zijn nog steeds aards en vergankelijk, ook al zijn deze afkomstig van de meer subtiele sferen van de Aarde.

En daardoor is totale bevrijding volgens deze oude inwijdingsschool nooit mogelijk, zij het dat het wel mogelijk is om iets verder door te dringen in de wat hogere sferen van de Aarde.

De andere stroming, die uitgaat van cultivering van het zelf is gebaseerd op de veronderstelling dat het Allerhoogste bereikbaar is door dwars door het laagste heen te breken en alles van het lagere zelf op te voeren onder het motto: “De mens staat in deze wereld en is niet hier gekomen om hier afscheid van te nemen”, maar om deze wereld te ontstijgen en wel met meenemen van het totale lagere zelf.

Maar op dezelfde manier als hierboven vermeld, is het de mens eenvoudigweg niet mogelijk het lagere zelf op te voeren in Verlichting. Natuurlijk was ook hier tucht en matiging een belangrijke voorwaarde tot reiniging, maar men accepteerde de lagere voertuigen inclusief de stoffelijke om dit al reinigende voor Verlichting gereed te maken.

In beide gevallen speelt het ego, het kleine zelf een uiterst vitale rol in de voorbereiding en controle van zichzelf.

Dit nu is de grote drempel tot Ware Bevrijding, want het lagere ego kan nimmer Bevrijd worden. Het ego, de persoonlijkheid, behoort toe aan deze plastische wereld. Het is eruit geboren en zal er noodzakelijkerwijze weer naar terug moeten keren.

En dit geldt voor alle voertuigen van de mens, zelfs voor zijn allerhoogste voertuig; zijn mentale lichaam. Deze inwijdingsstromingen hebben nog steeds belangrijke vertakkingen in de huidige oosterse tradities en het denken en ook wel in het westerse “snelle” denken om zo vlug mogelijk en door eigen pogingen Verlicht te worden via allerlei trainingen, ademhalingstechnieken enzovoorts.

Welnu, deze oude (veelal oosterse) stromingen werden doorbroken door de verlichte geesten Boeddha en Jezus de Christus.

Eerst Boeddha die als geen andere wijze voor hem trachtte het gehele kleine zelf te aanschouwen in al zijn verschijningen en met al zijn voertuigen en voorgoed afrekende met de hoop dat een deel ervan, laat staan het gehele zelf, Verlicht kan worden.

Hij gaf als geen ander aan hoe de realiteit van deze wereld in elkaar stak en hoe ons lagere zelf hierop reageert en zich met de verschijningen van deze wereld bindt vanaf het laagste voertuig tot en met zijn allerhoogste voertuig.

Deze analyse kostte hem zes jaar zelfonderzoek. Zijn focus bleef echter op het lagere zelf gericht dat zich moest onthechten van alles dat deze wereld omvatte om uiteindelijk dát te kunnen vinden wat verborgen was: ons Ware Zelf.

De (figuurlijke) dood van het gehele kleine zelf was nodig om het Ware Leven te kunnen vinden. Boeddha bracht ons Wijsheid over de barrières van ons kleine zelf en de illusie van deze wereld, ten dienste van ons onversaagde onderzoek naar Zelfvervulling.

Hij bereidde ons voor op hoe de illusie en de valsheid van het zelf opzij moest worden gezet om de kern van onszelf te kunnen ontdekken.

Jezus de Christus kwam na hem en introduceerde een totaal nieuw aspect: dat van Liefde. Hij borduurde op de leringen van Boeddha voort waar hij echter een geheel nieuw element aan toevoegde, namelijk de Genade van God (via de Tweede Doop) die zorg moest dragen voor de Mystieke wedergeboorte van de innerlijke mens, waarna pas de werkelijke wedergeboorte van de geest, die Liefde is, in ons stelsel mogelijk wordt.

Op verbluffende wijze legde Hij dit principe uit aan Nicodemus: “Waarachtig, ik verzeker u: alleen wie opnieuw geboren wordt uit Water en Geest, is in staat het Koninkrijk Gods binnen te gaan.” Hij vertolkte het aspect van Goddelijke Liefde en hoe die te ontvangen als voorbereiding op het gaan van het Pad.

Het principe van Boeddha – het opgeven van het zelf – gaf hij weer in zijn eigen woorden: “Wie zich aan het leven vastklampt, verliest het; maar wie zijn leven prijsgeeft in deze wereld zal het behouden voor het eeuwige Leven”.

Simpel, maar uiterst doeltreffend gezegd. Zijn boodschap was grotendeels aan dit nieuwe inwijdingsmysterie gewijd en liet vooral zien hoe men het Pad diende te lopen in toewijding en overgave.

Het principe van “Opnieuw geboren worden” is de grootste doorbraak voor de mens geweest, want op dat moment pas opende Jezus de poort voor iedere ziel naar de goddelijke regionen, naar die zetel waar de ziel ook thuishoort.

Hij opende hiermee de weg naar volledige Bevrijding in Goddelijkheid. Dat was tot dat moment nog niet het geval, noch in de oude Mysteriescholen, noch in de wijsheidsstromingen van de oude oosterse filosofieën en religies.

Met dit grootse Principe van het ontvangen van de Genade van God, dat wil zeggen het Licht van de Gnosis, ofwel de Liefde Gods, dat de tweede Doop van vuur voorstelt, introduceerde Hij een nieuw Inwijdingsmysterie.

Bovendien demonstreerde Hij beide elementen op indrukwekkende wijze met de opoffering van zijn eigen leven om zo op allegorische wijze beide grote principes voor de intelligent zoekende mens te kunnen duiden. En zo komen we terecht bij de grondslagen van de nieuwe inwijdingsschool voor de moderne mens, die gebaseerd is op de leringen van Boeddha en van Jezus en beide principes naast elkaar stelt.

Dit zijn de grondvesten van de naar Vervulling zoekende mens: Het ledigen van het kleine zelf ten gunste van de opstanding van de individuele innerlijke geest van de mens. Het “ik” moet kleiner en Hij (het Ware Zelf) moet groter.

Het opnieuw geboren worden van de nieuwe innerlijke mens als het grote Mysterie dat Jezus introduceerde: Deze openbaring geeft de macht aan van God om het zegel of de sleutel aan te reiken om daarmee de poort naar het Pad te openen en de tocht naar het Licht van de Goddelijkheid aan te vangen.

Dit nu is de nieuwe richting van de moderne geestesschool die de weg wijst naar de persoonlijkheidsverwisseling via Transfiguratie van de fysieke mens tot de geestelijke mens, door middel van de levende werkzaamheid van de innerlijke Christus, ons Ware Zelf in ons, na de grote werking van Gods Liefde eens te hebben aangeroepen en te hebben ervaren.

De poorten naar het verleden zijn hiermee voorgoed gesloten. En hiermee is tevens het begin gemaakt van het einde van de levensloopcyclus van de mens op deze fysieke Aarde. Dit was ook de boodschap van Jezus voor het Vissentijdperk in de navolgende 2000 jaar.

De mens zou dit in het afgelopen tijdperk hebben kunnen leren ervaren en praktiseren. Hoe ‘anders’ is dit geworden.

Het nieuwe inwijdingsstelsel zal momenteel nog ruim bij de mensheid onder de aandacht moeten worden gebracht. Maar het loslaten van de filosofie van de evoluerende mens die aan de basis stond van de twee oude inwijdingsstromingen is iets dat nog lastig uit het denken van de mens te verwijderen is, die al zolang geconditioneerd is met een enorme focus op het lagere zelf.

De mens evolueert niet, hij ervaart slechts. Hoe kan de mens evolueren in een illusie, een droom, als zijn enige Doel is te ontwaken uit die droom? Het nieuwe inwijdingsmysterie van de totaal transfigurerende mens als de feniks die zich van binnenuit verbrandt en daarmee nieuwe lichtkleden aanmaakt en verwerft, is zelfs nog niet goed ingeburgerd in esoterische kringen en ook niet in de oosterse filosofieën.

Maar de vroegere Gnostici in de eerste paar eeuwen na Christus zagen dit wel en dit gaf een enorme impuls aan hun denken. We weten hoe de kerk die visie van zelfbevrij-ding door de vervolgingen heeft trachten te beperken.

Toch kwam de Waarheid langs verschillende andere richtingen en verlichte geesten weer terug en juist nu in deze tijd waar zoveel in beweging is en enorme energetische impulsen de wereld voorbereidt op een Loutering, zal dit inwijdingsmysterie geopenbaard worden als de richting voor de Nieuwe Universele Religie (vergelijk het Latijnse ‘re-ligare’, dat ‘herverbinden’ betekent), waar men zal leren zichzelf weer te Verbinden met de Allerhoogste Autoriteit, waar wij allemaal diep in ons hart deel van uitmaken. God is niet alleen onze Vader, maar onze grote Vriend.

Dit is de culminatie naar een nieuwe (h)erkenning en naar de nieuwe Wereld. Deze openbaring van Jezus gaf nieuwe impulsen aan het moderne Gnostische denken en aan bewegingen die heel goed verstonden wat Jezus in wezen bedoelde.

Hij gaf ook aan de moderne mens eindelijk de betekenis van God, die het Al is, de Tao, het onbegrensde niets, waaruit Alles ontstaat. Hij gaf daarmee impliciet aan dat dit Niets weliswaar voor het menselijke oog niets is maar voor de spirituele mens toch ook weer Alles is, een amorf maar toch onbegrensd Bewustzijn en Intelligentie; een Levend Gods-beginsel dat in ons allen aanwezig is als we ons daarvan bewust gaan worden.

Dit geeft weer zin en reden aan ons bestaan, opdat wij ons nu allemaal gereed kunnen maken voor die grote sprong voorwaarts uit de duisternis naar het Christusveld. Niet alleen in theorie, maar ook in de praktijk, want ook de grote moderne geestesscholen hebben de neiging dit principe van “in praktijk brengen” te verwaarlozen.

Het inwijdingsmysterie is niet alleen weten doch ook beleven. En daar zal de Ware kandidaat zich door zijn intenties bewust van moeten worden.

De weg naar het Al gaat via het indalen van het Christusbewustzijn in de lege mens, als de ziel en het ego bewust hebben meegewerkt op het Pad van Transfiguratie, het Pad van Liefde, van Goddelijke Liefde, door zichzelf volledig over te geven aan het Christusbeginsel in ons hart.

Dit nadat deze mens de wereld is gaan zien zoals deze is: een illusie in zijn verschijningsvorm en gedaante, en heeft besloten om zich hiervan los te willen maken. Het is “breken, ontvangen en bouwen” in Kosmische Liefde, groepsbewustzijn en in dienstbaarheid die de sleutels zijn voor een totaal ontwaken en de komst van de Nieuwe Goddelijke Mens.

Het is de Kosmische Liefde die het aangezicht van God in ons hart weer wakker maakt, het innerlijke vuur doet oplaaien en die Herinneringen weer terugbrengt van Wie wij werkelijk zijn

Bron: Rudolph. goddelijkplan

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Advertentie