Artikelen

Goethe en zijn dramatische verhaal ‘Faust’

Goethe en zijn dramatische verhaal 'Faust' 1

Goethes raadselachtige drama Faust kan beschreven worden als een symbolische allegorie van de evolutionaire weg van de mensheid, vanaf het oeroude begin, door alle aardse en niet aardse vormen van levenservaring, tot aan de kosmische eenheid, het uiteindelijke doel van de schepping.

Als we Goethes werk bekijken vanuit het gezichtspunt van de mysticus, zien we, dat zijn weergave van het middeleeuwse verhaal van Dr. Faust op de literatuur van de queeste lijkt: de speurtocht van de mensheid naar een verloren schat die, wanneer hij gevonden is, ons zal voorzien van een geheime kracht om alle tegenslagen de baas te worden en meesterschap over het leven te verwerven.

Het is een zoektocht om leiding op het kosmische pad dat, zoals wij weten, vereist dat wij ons onophoudelijk inspannen om ons bewustzijn van de wereld om ons heen, in vele vormen, zowel tastbaar als ontastbaar uit te breiden.

Hetzelfde thema duikt op in de oude mythologieën van Egypte en Griekenland. Bijvoorbeeld in de legenden van Isis en Osiris, Orpheus en Eurydice, en met name in de Eleusische Mysteriën, waar Demeter, de moeder van de aarde, op zoek is naar haar verloren dochter Persephone.

In de psychologie, Ideologie of in aangelegenheden van de ziel, geloof, hoop en liefde, hebben we de ‘Queeste naar de Heilige Graal’ en in de traditie van de Rozenkruisers het vinden van het Verloren Woord.

Goethes Faust is evenzeer een analogie van de speurtocht van de mensheid naar universele harmonie; onze inherente drang om ‘de diepste kracht die de wereld bindt en haar loopt begeleidt, aan het licht te brengen.’ Door zijn ervaringen met het leven op aarde in zijn ingewikkelde totaliteit, leert Dr. Faust de raadselen van de natuur te begrijpen die zich in zijn eigen zelf openbaren. Daarom is zijn geschiedenis er een van opeenvolgende inwijdingen en van lagere tot steeds toenemende, hogere niveaus van bewustzijn.

Goethes werken zijn, over het geheel genomen, diep mystiek en de aandacht waard van de leerlingen in de mystiek. In de huidige tijd namelijk, waarin het materialisme oppermachtig lijkt te heersen, neemt ook de menselijke bewustwording van de niet-materiële feiten van het leven toe.

Binnen de alles overkoepelende functies van de kosmische wet van oorzaak en gevolg, moet deze bewustwording zich parallel aan het materialisme uitbreiden, en zo een harmonische balans handhaven tussen de stoffelijke en metafysische structuren in de wereld. Dat is de onmisbare en goddelijke bepaalde voorwaarde voor het transformeren van de schepping in de richting van een kosmisch geheel.

Uitbreiding van bewustzijn

FaustGoetheDeze uitbreiding van bewustwording vordert langzaam: onder de grote massa op dit moment alleen nog maar onderbewust, maar bewust in hen die de goede en ware weg reeds hebben gevonden.

Dit vertelt Goethe ons helemaal aan het begin van Faust, in de ‘Proloog in de Hemel’, waar de stem van God de Heer in gesprek blijkt te zijn met Mefistofeles, het werktuig van de duivel die zich erover beklaagt dat de mensheid – de ‘kleine’ god van de wereld, zoals hij de mens noemt – sinds de aanvang niet geëvolueerd is, en niet eens zijn duivelse aandacht waard is, aangezien hij afdoende in zijn eigen zinloze listen verwikkeld is.

Hoewel hij door de genade Gods met een glimp van het hemelse licht – rede genaamd – begiftigd is, gebruikt de mens die slechts om beestachtiger te zijn dan het laagste beest.

“Maar Faust er is de doctor, mijn dienaar” werpt de Heer in het midden. In deze openingsscène projecteert Goethe, de meester van de Duitse taal, door slechts een paar tussen de Heer en de duivel gewisselde woorden, in een flits een beeld van de positie van de mensheid in het kosmische.

Geplaatst tussen twee uiterste polen, God en de duivel, hemel en hel, licht en duisternis, positief en negatief, en in zijn eigen aard duaal, verschijnt de mens als het ware als een massa elektrisch geladen deeltje in een veld van anodische en kathodische aantrekking. En het draait allemaal om iemand die de archetypische eigenschappen van de mysticus vertegenwoordigt. Dat blijkt heel duidelijk uit het antwoord van Mephisto:

“Zeker! Faust dient u met vreemde motieven. Voor de dwaas is geen enkele aardse drank of spijs afdoende. De opwinding van zijn geest stelt zich hoge doelen. Hij is slechts half bewust van zijn waanzin. Van de hemel eist hij de schoonste sterren, en van de aarde de hoogste vervoering en het beste. En al het dichtbije en verre dat hij verlangt, schiet te kort om het tumult in zijn borst te beteugelen”

Nu worden de kosmische krachten geactiveerd in deze mystieke man. Het onveranderlijke beginsel van de kosmische evolutie die in één richting werkt, waardoor de mens via al zijn aardse ups en downs onontkoombaar zijn zielepersoonlijkheid opwerkt tot een zich steeds verder uitbreidend bewustzijn- het proces van ‘individualisatie’ zoals C.G. Jung dat noemt -wordt bevestigd in de woorden van de Heer;

“Hoewel hij nog in verwarring verkeert, dient hij mij. Ik zal hem spoedig leiden naar waar het helder is. Ziet de hovenier niet in de uitbottende boom hoe bloemen en vruchten het komende jaar hem zullen tooien?

De geest die altijd alles ontkent

Maar Mephisto, ‘de geest die altijd alles ontkent’, is er van overtuigd “dat er nog steeds een kans is om hem in te palmen”, en vraagt de Heer toestemming Om hem op weg, zachtjes aan te trainen‘. De Heer geeft hem die toestemming, met de woorden: 

“Zolang hij op aarde leeft, zo lang zal het je niet worden verboden. De fouten van de mens sporen zijn streven aan. Genoeg! Wat je gevraagd hebt, is je gegeven. Snij deze geest van zijn bron aflaat-om hem in de val te lopen-uw verlokkingen hun werk doen, en laat hem met u bergafwaarts gaan. ‘s Mensen actieve aard kan maar al te spoedig verzwakken. Hij leert dan te hunkeren naar onverdeelde rust. Aldus laat hem willens en wetens door de duivel verleiden, die hem bewerkt, opwindt en dient als slaaf, en dan beschaamd wordt en gedwongen is te zeggen: “Een goed mens, die door het duistere streven nog steeds besef houdt van de Ene Ware Weg”.

Goethes werken maken ons iedere denkbare gedachte duidelijk over de aanwezigheid van de mensheid op aarde, en over het doel van het leven, zijn fundamentele wetten, en de goddelijke invloeden die in het menselijk denkvermogen met elkaar strijden.

Johann Wolfgang von Goethe werd in 1749 geboren in Frankfurt am Main in Duitsland; in die tijd een keizersstad die rechtstreeks ondergeschikt was aan de Heilige Roomse Keizer, en niet aan een regionaal heerser of plaatselijk edelman.

Hij verenigde in zich het sterke realisme van zijn vader, Johann Kspar, advocaat en gemeenteraadslid, en het gevoel voor harmonie en schoonheid van zijn levenslustige en verbeelding rijke jonge moeder. Elisabeth.

Beide ouders waren hoog opgeleid, maar hadden een totaal tegenovergestelde karakter. De afstand tussen zijn vaders intellectuele en zijn moeders intuïtieve eigenschappen was de oorzaak van veel innerlijke emotionele pijn in de jonge Goethe. Het achtervolgde hem tot ver in zijn volwassenheid en was de oorzaak van ernstige ziekte in zijn jongere jaren.

Sturm und Drang

Het literaire klimaat waarin de jonge Goethe opgroeide, wordt wel omschreven met ‘Sturm und Drang‘. Deze term geeft uitdrukking aan de emotionele kloof tussen feitelijke kennis en intuïtief gevoel onder de intellectuelen van die tijd, die verscheurd werden tussen de oude dogmatische leringen van de Kerk. En de nieuwe kennis die in de nasleep van de Renaissance en Maarten Luthers Reformatie ontstond.

Deze contrasterende dualiteit wordt in het karakter van Goethes Faust gepresenteerd, met wie hij veel van zichzelf identificeert:

“Twee zielen, helaas, houden in mijn borst verblijf en elk trekt zich van de andere terug en stoot die af”.

Tot op zekere hoogte werd dit conflict in Goethes aard weer goedgemaakt door de invloed van zijn grootvader aan moeders kant, eveneens advocaat en zeer gewaardeerd rechter, die de gave van het tweede gezicht bezat,

Tot genoegen van de jonge Goethe bevatte de bibliotheek van zijn grootvader boeken over reizen, ontdekkingen en natuurlijke verschijnselen. Door deze boeken en doordat dat hij ervoer dat zijn grootvader psychisch begaafd was, kwam Goethe vroeg in contact met de occulte of verborgen mysteries van het leven, en met al de immateriële eigenschappen waarin de mysticus de echte waarde van het Zijn onderkent.

Men heeft hem beschreven als de laatste man op aarde die in zich alle stoffelijke en metafysische kennis verenigde die de mensheid in de 18e eeuw ter beschikking stond. Na Goethe kan geen enkel mens nog hopen dat hij als zodanig betiteld wordt, omdat de feitelijke kennis waarover wij beschikken, sindsdien is toegenomen tot een door de mens niet te bevatten omvang.

Zoektocht naar eenheid

Goethe wist alles wat in zijn tijd de moeite van het weten waard was. Bovendien getroostte hij zich iedere inspanning om zijn kennis over te brengen op zijn tijdgenoten en op het nageslacht. Heel te worden, “Ganz werden”, was het belangrijkste doel van zijn leven; het vinden van de wezenlijke eenheid vanuit de drievoudigheid in hemzelf; een emotionele drievoudigheid waarin hij de basis zag van alle menselijke narigheid.

De zoektocht naar deze eenheid is het thema van Goethes mystieke drama Faust. Sinds het werk in zijn geheel werd gepubliceerd, hebben de literatuurgeleerden geprobeerd deze eenheid te definiëren.

Goethe wilde zijn inzichten over de evolutie van de mensheid of over de achtereenvolgende inwijdingsstadia die de weg wijzen naar kosmische eenheid, gestalte geven. Daar had hij een verhaal op de achtergrond voor nodig, plus een schurk. Die vond hij in de middeleeuwse legende van de historische dr. Johannes Faust, zoals die aan ons beschreven is door Phillip Melanchthon, de hervormer en vriend van Maarten Luther.

Melanchthon had persoonlijk de echte Faust gekend, en hij beschrijft hem als een uiterst sinistere figuur, een charlatan die kennis had verworven van bepaalde vreemde trucs, waarmee hij zijn brood verdiende. Het publiek van die tijd zag in hem een man die in contact stond met de duivelde legende nam het snel over, en ze werd in talloze versies verbreid.

In deze legenden is Faust onvermijdelijk tot verderf gedoemd, want hij heeft zijn ziel aan de duivel verpanding ruil voor satans diensten.

Goethe heeft dit verhaal gebruikt als een demonstratie van onze aardse verlangens en worstelingen, en van de vreugden en de onvermijdelijke beproevingen van ons aardse bestaan. Als mysticus kon hij zich echter niet tevreden stellen met het denkbeeld van een eeuwig verderf.

Hij wilde de boodschap van redding overbrengen, de boodschap dat onze niet-aflatende inspanningen tegen alle tegenslagen, gesteund door geloof en hoop en het licht van een zich uitbreidend bewustzijn, ons voorwaarts leiden, en via de liefde naar een eeuwigdurend leven.

Goethe had een volle zestig jaar nodig om de twee delen van zijn drama Faust te voltooien. Het wordt ‘Een tragedie’ genoemd’, waarvan deel I in 1808 voor het eerst werd opgevoerd. Het was meteen een groot succes, hoewel het een triest verhaal is over menselijke ellende die door onze slechte neigingen wordt veroorzaakt.

Wanneer het vanuit een werelds standpunt wordt bekeken, kan het eerste deel op zich de lezer of toeschouwer achterlaten in een staat van hopeloze frustratie, want het is een duivels mengsel van gewaarwordingen, emoties, verleidingen en inspiraties. En toch heeft het een symbolische structuur waarin wijsheid wordt afgewogen tegen dwaasheid, heiligheid tegen magie, kennis tegen onwetendheid en liefde tegen haat. Dit alles vindt plaats op aardse en onderaardse niveaus; dat wil zeggen, in de wereld en in de onderwereld.

Maar door de ‘Proloog in de Hemel’ wordt ons al vanaf het begin duidelijk gemaakt, dat deel I slechts de introductie tot een groter geheel is, en dat het tweede deel zou volgen. Dit tweede deel was Goethes levensdoel, dat hij 26 jaar na de publicatie van deel I bereikte, en wel in 1831, slechts een paar dagen voor zijn eigen grote inwijding.

De nutteloosheid van kennis

In vervolg op de Proloog in de Hemel treffen we Faust aan in zijn middeleeuwse studeerkamer; die – zoals het hoort – versierd is met tekens uit de astrologie, alchemie en magie, In zijn beroemde eerste monoloog contempleert hij over het nutteloze van hetgeen hij geleerd heeft.

Hij heeft filosofie, jurisprudentie, geneeskunde en – helaas- ook theologie gestudeerden toch voelt hij zich een dwaas, die niets wijzer is geworden dan hij voordien was. Hij klaagt:

“Ik zie, dat niets mij tot kennis leidt dat kennis mij door de botten snijdt”

In zijn beginmonoloog is Faust niet alleen ontevreden met het resultaat van zijn geleerde onderricht, maar hij overdenkt ook zijn hartstochtelijke verlangen naar een directe en nauwe eenheid met de natuur, en naar begrip van de vreemde verschijnselen van de natuur waarin zijn tijdgenoten een manifestatie zagen van angstaanjagende, bovennatuurlijke krachten.

Faust is niet bang voor de hel of de duivel, maar is gedesillusioneerd door het besef dat wereldlijke kennis alleen, geen vreugde of bevrediging brengt. Daarom grijpt hij nu naar magische bronnen van kennis. Hij opent dit “mysterieuze boek, van Nostradamus’  eigen hand, om hem te leiden door het spirituele land”

Spoedig wordt hij meegesleept door het teken van de macrokosmos: 

“was het een god die dit teken vond met mystieke en goddelijke grond? In deze zuivere trekken heb ik aanschouwd, dat de scheppende natuur zich aan mijn ziel ontvouwd.

Komische totaliteit

Dit brengt ons ertoe een symbool van kosmische oorsprong te visualiseren, waarmee wij in ons een beeld krijgen van de kosmische totaliteit; een leidraad voor onze eigen spirituele ontwikkeling.

Met dit beeld van een symbolisch plan van de schepping als geheel, kunnen we onze plek daarin bepalen, onze koers op de weg uitzetten, en ons eigen zelf herkennen als een deel van het geheel.

Wij hebben allemaal wel iets van die dr. Faust van Goethe. We zijn ons maar al te goed bewust van onze eigen onwetendheid en gebreken, en hoe meer wij werken en studeren, des te groter dit besef wordt.

Als leerlingen van mystieke leringen weten wij heel goed, dat werk en studie tot niets leiden, tenzij wij ook tijd besteden aan meditatie en  de resultaten ervan ervaren. Hier kan een symbolisch beeld van het kosmische geheel ons helpen in een harmonische bewustzijnstoestand te komen van waaruit creatief denken mogelijk is.

Deel I loopt tragisch af en Faust blijft met zware karmische schulden achter. Het aflossen van deze schulden is het allegorische thema van deel II. Analoog aan het thema van de queeste, gaat Faust nu- nog steeds bediend en geleid door Mephisto-op zoek naar zijn ziel en zijn ware persoonlijkheid, die zo diep verborgen liggen onder de herinneringen aan zijn misdaden, en die zo moeilijk zijn te bereiken, terwijl Mephisto zijn emoties domineert.

We zien nu een andere Faust. Hij is niet langer alleen maar de geleerde die op zoek is naar diepere kennis van de geheimen van de natuur; hij hunkert niet alleen meer naar ‘het ontdekken van de binnenste kracht die de wereld bindt en deze in zijn loop richting geeft’ zoals hij in zijn initiële monoloog had uitgedrukt. Dit ligt ver achter hem. Hij is nu een man van de wereld geworden, in de breedste zin des woords.

Faust blijkt een veranderd man, die het buitensporige van zijn ‘Sturm und Drang’-periode heeft overwonnen. De onuitputtelijke kosmische krachten, gemanifesteerd door de zon en de aarde, doen zijn eigen diepste krachten ontwaken, en sporen hem aan tot een scheppende activiteit die niets van Mefisto’s magie nodig heeft.

Bewust maakt hij nu opzettelijk en rationeel gebruik van Mefisto’s bronnen. In zijn onvermoeide streven naar volmaaktheid ontwikkelt hij een steeds toenemende weerstand tegen de duivelse verleidingen. Maar hij vindt het nog steeds goed dat Mephisto hem door de wereld leidt, in ruimte en tijd.

We zien hem aan het hof van de keizer bij de hoogte edelen, vol afkeer van deze zelfzuchtige, bekrompen en allesbehalve edele mensen. Hij verlangt naar contact met het waarlijk zuivere en mooie deel van de mensheid dat vroeger ooit op aarde leefde: deze prachtige cultuur van het oude Griekenland.

Het Scheikundig Huwelijk

Goethe laat zijn Faust die cultuur ervaren, in de scenes waarin Mefisto’s magie Helena van Troje materialiseerde, het klassieke prototype van vrouwelijke schoonheid en menselijke waardigheid.

Door Fausts hartstochtelijke liefde voor Helena en hun symbolische vereniging, presenteert Goethe aan ons de mystieke betekenis van het Scheikundig Huwelijk, het alchemistische denkbeeld van het ‘mysterium coniuntionis’ waarnaar Jung zo dikwijls verwees, en die de verzoening tussen de tegenstellingen symboliseert en de harmonische van verdeeldheid in de ziel.

Het resultaat van deze vereniging van Faust en Helena is Euphorion, hun gevleugelde zoon. Hij vertegenwoordigt de genius van de dichtkunst in volmaakte vorm, romantisch hartstocht, enthousiasme voor waardige activiteiten en klassieke schoonheid, en het heilige recht van de mensheid op vrijheid.

In Euphorion zien we de nastrevenswaardige eigenschappen die de mensheid kan verwerven wanneer verstand, kennis en wijsheid verenigd zijn met gevoel voor schoonheid en waardigheid. Dan vormt alles een harmonieus geheel van de hoogste esthetische en ethische waarden.

In een ander scene ontmoeten we Homunculus, een kunstmatige mens, een replica die in een laboratorium is gemaakt dat ooit aan Faust toebehoorde. Homunculus vertegenwoordigt ons inherente streven naar lichamelijke volmaaktheid, aardse kennis en het zinnelijke deel van het menselijke leven.

Homunculus die volstrekt een eigen ziel ontbeert, vertegenwoordigt Fausts onderbewuste denkvermogen, en drukt zijn onbewuste verlangen uit naar de hogere idealen van schoonheid in de dichtkunst, de kunst, de wetenschap en de pracht van de natuur.

In deze scènes zien we Faust voortdurend opgroeien en ook weggroeien van Mefisto’s suggestieve pogingen. We zie hoe deze ervaringen zijn drang doen rijpen om actief bij te dragen aan het welzijn en het geluk van de mensheid.

Nu hij in zichzelf harmonie heeft gevonden, probeert hij zich in dienst te stellen van een hoger denkbeeld. Hij heeft nog steeds Mefisto’s hulp nodig om een groot moerasgebied te verwerven, maar door de energie in hemzelf probeert hij nu datgene wat hij verworven heeft werkelijk te verdienen en in eigendom te hebben:

“Wat geleend is van uw vaders erfenis, verdien het opnieuw, opdat het werkelijk het uwe is”

En zo komt aan Fausts aardse leven een einde. Mephisto hoopt nog steeds Fausts ziel te vangen. Faust echter heeft de voorwaarde geschapen die door de Heer in de Proloog in de Hemel voorspeld werd: 

“Een goed mens houdt door het duisterste streven, nog steeds besef van de Ene Ware Weg”.

Door zijn eigen inspanningen heeft Faust zijn zielepersoonlijkheid tot het niveau gebracht waar de krachten van de goddelijke liefde sterker zijn dan de aardse bekoringen.

 

Lees het verhaal van Faust in deze prachtige gebonden versie:

Faust
Faust
Een Tragedie
Score 4.8 van 5 sterren.
€30,99
Op voorraad. Voor 23:59 besteld, morgen in huis
Gratis verzending!
Klik om dit product op bol.com te bekijkenGoethe en zijn dramatische verhaal 'Faust' 2

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Don`t copy text!

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en ontvang gratis een mystiek e-boek

Schrijf je nu in voor onze maandelijkse nieuwsbrief. Dan blijf je niet alleen gemakkelijk op de hoogte van interessante artikelen, nieuwe cursussen en leuke acties, maar ontvang je ook tijdelijk het exclusieve mystieke ebook 'De Tempel der Mensheid'.