Mystiek

De Tempel der Mensheid

Een zoeker naar Licht werd door een wijze koning ondervraagd over welk inzicht in zijn zoektocht naar kennis voor hem het meeste doordrongen was van betekenis. De zoeker antwoordde aldus: “In mijn omzwervingen in het Vreemde Land zag ik het volgende. Een tempel gebouwd als een toren, reikend tot grote hoogte, omringd aan de basis door een cirkelvormige zuilengalerij. Gedreven door het verlangen naar wijsheid klopte ik driemaal aan de poort van de tempel aan en bad ik om toegang.

Een eerbiedwaardige oude man – de meester van die tempel – opende de poort en zei tegen mij:
“Wat zoekt gij?”

Ik antwoordde: “Wijsheid.”

Hij zei: “Heb je de kracht en vastberadenheid om naar de bovenste kamer van de toren te klimmen?”

Ik zei: “De wens heb ik als u mijn geleider bent om mij de weg te wijzen.”

Toen strekte hij zijn hand uit en hief mij op en zei: “Als jouw hart sterk is, steek dan de drempel van de tempel van menselijke kennis over.”

Ik greep de aangeboden hand aan en met de wijze meester ging ik onder de machtige poort van de tempel door. Toen ik het terrein van het gebouw was binnengegaan, zag ik dat een statige colonnade in een cirkel rondom de driehoekige toren liep, die tot een duizelingwekkende hoogte boven mij leek op te stijgen.

En toen ik keek, zag ik dat de muur achter de colonnade was bedekt met afbeeldingen van menselijke figuren, en mijn geleider sprak: “Zie, de kringloop van het menselijk leven! Zie de mens zoals hij aan het menselijk oog is verschenen!”

Toen keek ik opnieuw en ik zag dat de eerste afbeelding, bij de toegangspoort, de kindertijd van de mens vertegenwoordigde. De Engel des Levens trok de sluier weg waarachter de wereld met al zijn gevaren en mogelijkheden lag.

De kinderen, vol van vreugde, marcheerden naar voren om het beloofde land binnen te gaan. Maar ik zag dat er medelijden op het gelaat van de engel verscheen, want in de duisternis achter de sluier hurkte de figuur van Satan neer en markeerde met zijn klauwen op het zand het aantal van degenen die hij zou verslinden.

En terwijl ik langer naar de kinderen staarde, begon ik te zien dat elk kind een bepaald type van de mensheid vertegenwoordigde. Daar zag ik een jonge Koning met ferme tred de sluier naderen, maar met ontzag op zijn gezicht, terwijl hij staarde naar die onbekende wereld die hij zou moeten gaan besturen.

Aan de zijde van de jonge Koning stond een jongeling met een wreed gezicht en met afgunst in zijn hart. De jongeling probeerde de jonge Koning terzijde te schuiven zodat hij als eerst de wereld kon bezitten.

Veel kinderen gedroegen zich met de uitbundigheid van de jeugd, tevreden met de wereld om hen heen en niet ver vooruitkijkend naar die mysterieuze wereld die aan hen werd onthuld.

Een meisje zag ik ernstig naar boven naar de ster van de liefde staren, die van bovenaf op de wereld van de jeugd scheen. Een andere meisje – die een moedige ziel bezat – bukte zich naar de grond om een ​​roos te plukken. In haar haast om de roos te grijpen, had een doorn haar vinger pijnlijk geprikt.

Ik volgde mijn geleider rond de colonnade en bij elke stap zag ik dat dezelfde kinderen ouder werden. En beetje bij beetje vooruit gingen op de reis van het leven. Ik zag onderweg veel van hen vallen.

Toen ik bij de laatste afbeelding kwam, zag ik dat er nog maar twee mensen over waren. De ascetische zoeker, versleten en uitgemergeld. Hij had via de geest naar het Licht gezocht. En de bejaarde Koning, vol van majesteit. De Koning had naar het Licht gezocht door ernaar te streven om zijn handelen in overeenstemming te brengen met het Licht in de wereld.

Eenzaamheid hing rond deze twee mensen, maar ze lieten er zich niet door afleiden. Achter de troon van de koning stond, met haar armen gekruist en op haar gezicht een ondoordringbare blik, de Engel des Levens. Maar nu was zij veranderd in de Engel des Doods.

Bedroefd door wat ik had gezien, trok ik me terug uit de zuilengalerij. In de zonneschijn in de aangename tuin, rond de voet van de toren, zat ik lang te mediteren over de ijdelheid van het menselijk bestaan.

Toen tikte mijn geleider me op de schouder en zei: “Je oog heeft slechts de buitenste laag van de mensheid gezien. Je bent daardoor depressief geraakt. Probeer nu te begrijpen wat geopenbaard is aan de ziel van de mens, en wat de grenzen zijn van menselijke kennis!”

Ik antwoordde: “Ik ben bereid, want mijn hart verlangt naar wijsheid.”

Mijn geleider tikte met zijn staf tegen een kleine en verborgen deur in de sterke muren van de driehoekige toren. De deur opende zich en liet ons toe.

Toen keerde de geleider zich naar mij toe en zei: “De toren is hoog en het bevat zeven niveaus. Op elk niveau zijn drie kamers. Helemaal bovenin is een enkele kamer. De klim daarnaar is lang en vervelend.”

Ik antwoordde: “Mijn meester, uw voetstappen zal ik volgen!”

Bron: “The Mystic Rose from the Garden of the King” door Sir Fairfax Cartwright

Verder lezen? Deel 2: De Tempel der Mensheid – Niveau 2

 

 

2 gedachten over “De Tempel der Mensheid

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *