Artikelen

De Mysteriescholen

De Mysteriescholen 1

Mystici hebben altijd moeten worstelen om in evenwicht te blijven tussen de buitenwereld en de binnenwereld. Een goed waarnemer kon altijd het diepe ravijn zien dat deze twee werelden van elkaar gescheiden hield. Op het grensgebied daarvan moest de mysticus zich maar overeind zien te houden. Hij moest zich in de grote massa verbergen. Dat lijkt zo eenvoudig, maar hoe houd je je staande? Het is toch geen sinecure om je te handhaven in het tumult van de derde eeuw na Christus, of ten tijde van de Renaissance, of gedurende de zesde Egyptische dynastie, of in het Azteekse rijk.

Er was één beginsel waardoor het lukte en dat de mystici bijeen heeft gehouden: een ideaal. Het idee dat er voor elke menselijke handeling een ideaal, een goede intentie moest zijn, werd de basis die uiteindelijk zou leiden tot het ontstaan van de Grote Witte Broederschap. Niets kan de mystici stoppen met het zoeken naar zichzelf. Het zoeken is inherent aan hun wezen, deel van hun aard, deel van hun taak.

Als wij ons naar de poorten van de mysterieschool begeven, zullen wij verwachtingen koesteren. Anders hoeven wij niet naar een mysterieschool te komen en hebben wij genoeg aan het gewone leven. De verwachtingen die ons op weg hebben gestuurd, zullen veranderen. De leerling van de innerlijke wetenschappen moet afstand doen van al het geleerde. Hij leeft niet langer het leven van iedereen. Hij staat haaks op het leven. De gemiddelde mens leeft naar wat de buitenwereld hem voorschrijft. De mysticus luistert naar een stem die van binnen komt.

Inmiddels heeft de vroegere mens in de buitenwereld gebruikgemaakt van zijn mogelijkheden. Hij schiep filosofieën, maar ook de wetenschap van de filosofie. Hij dreef handel en ontwikkelde de economie. Hij maakte scheikundige verbindingen en bracht de chemische wetenschap voort. Hij bestudeerde het planten- en dierenrijk en stelde de biologie in. Hij schreef verhalen en gedichten, en riep daarnaast ook de taalwetenschap in het leven. De mystici waren intussen allang bezig met hun eigen onderwijs. Zij waren betrokken bij de wetenschappen van de buitenwereld, maar stemden zich daarnaast af op het hogere zelf. Dat hoort bij het ideaal van de Grote Witte Broederschap. Zo ontstonden er verschillende mysteriescholen. Vanuit de mystieke leerschool sprongen geïnspireerde gedachtevonkjes over naar elke uiterlijke school. Verder bleef het grootste deel van het werk beschikbaar voor de leden zelf. Zij vonden het een voorrecht te behoren tot hun illustere broederschap, maar koesterden zich vooral in de warmte die daarvan uitging.

Mysteriescholen genieten al heel lang grote faam. Wie de geschiedenis van het oosten en van het oude Europa bestudeert, komt er spoedig achter welke rol zij gespeeld hebben. Zij oefenden aantrekkingskracht uit op talloze zoekers die ernaar verlangden iets meer te leren begrijpen van het licht dat zij in zich voelden branden en wilden doorgeven. Zo werd de mysterieschool een proeftuin, een smeltkroes, een werkplaats en een laboratorium. Het werk bleef relatief onbekend. Onbekender dan de uiterlijke wetenschap. Zelfs leerlingen hebben vele jaren nodig om te ontdekken wat er in hun school verborgen is.

De innerlijke wetenschappen worden niet in brede kring bestudeerd en gewaardeerd, maar er is praktisch geen land te noemen waarvan de geschiedenis niet minstens voor een deel werd geschreven door de mysteriescholen die zich binnen haar grenzen bevonden. Tussen hen en de koningshuizen, de gevestigde kerk en de geleerden bestonden doorlopend connecties.

De mystici gaan in het dagelijkse leven praktisch onopgemerkt hun weg. In de mysterieschool gaan wij met onze studie aan de slag. Als we behoefte hebben aan contact met een gewijde atmosfeer, kunnen we ons afzonderen. Wij leren de sluiers weg te nemen die over het bewustzijn liggen. Niet alle sluiers, maar wel een aantal daarvan. Behalve aards voedsel hebben we ook geestelijk voedsel nodig. Als we er bijna doorheen zijn, moeten we weer wat tot ons nemen. En dan gaan wij weer de poorten van onze school binnen. Soms vallen wij terug in de schaduwen. Onze persoonlijkheid verkent zijn mogelijkheden en springt er door onervarenheid onhandig mee om. Een troost is, dat het iedereen op zijn tijd overkomt. Natuurlijk maken wij fouten, maar in onze mysterieschool kunnen we alle ballast van ons afwerpen, eenvoudig onszelf zijn. Er is altijd wel iemand die ons opvangt. En uiteindelijk is daar altijd nog de goede intentie die tot de Grote Witte Broederschap heeft geleid.

Gevoed en gesteund gaan wij vanuit de mysterieschool de maatschappij in, om na verloop van tijd terug te keren. Komen en gaan, zoals een kind periodiek naar huis terugkeert om daar liefde en kracht op te doen. De mysterieschool is voor de mens van tegenwoordig nog steeds een goede plaats om tot rust te komen. De plaats waar hij met een voorzichtige aanpak zijn persoonlijkheid leert verfijnen. De instrumenten voor de innerlijke ontplooiing zijn meditatie, contemplatie en concentratie, en op het uiterlijke vlak vervult de studie van filosofische beginselen en mystieke wetten dezelfde rol. Geen wonder dus dat de mysteriescholen sinds lange tijd het fundament van de beschaving vormen.

Plotinus, Avicenna, Albertus Magnus, Paracelsus, Francis Bacon, Jacob Boehme, Newton, Leibnitz en vele andere persoonlijkheden, hebben zich op hun gemak gevoeld binnen de poorten van de mysterieschool. Als een moeder die haar kinderen de gelegenheid geeft om in alle vrijheid te handelen, was de school voor hen een toevluchtsoord. Ze konden er tot rust komen, zich afstemmen, brandstof innemen. Wat in hun geest opbloeide, schonken zij aan de wereld. Ze waren nooit bang om zich te wijden aan het onderzoek van de natuur, ook al werd hun dit dikwijls belet door de heersende opvattingen van hun tijd. Hun persoonlijkheid zocht een sublieme verfijning. Hun wetenschap werd daardoor een wetenschap met een geweten. Dat aan hun prestaties ook heden ten dage nog veel aandacht wordt geschonken, is mede daaraan te danken.

In de geschiedschrijving zoals men die op school overbrengt, worden de minst belangrijke invloeden het uitvoerigst behandeld, terwijl met geen woord gerept wordt over de invloed van de mysteriescholen. Toch zijn er talloze historici die uitputtend over die invloed hebben geschreven. Wat de universiteit is voor de gangbare wetenschap, is de mysterieschool – de mystieke broederschap – voor de wetenschap van de geest. Aan de gewone universiteiten kan men zijn wens vervullen om kennis voor het brein te verwerven. Daar zijn ze ook voor. Om daarnaast aan onze psychische en mystieke behoeften tegemoet te komen, hebben wij de universiteit van de geest nodig.

Er is tussen de universitaire wereld en de wereld van de mysterieschool geen eenheid. Misschien wordt dat anders. De maatschappij raakt er langzaam van doordrongen dat de mens een ander doel heeft dan zich in een tijdsbestek van zeventig tot tachtig jaar zoveel mogelijk te verrijken, vol te stoppen met kennis en zich niet te bekommeren om het gebruik van die kennis en om het welzijn van zijn omgeving en zijn fysieke en psychische persoonlijkheid. De ontwikkelingen van de laatste jaren hebben de leringen van de mysteriescholen op ten minste één punt bevestigd: dat alle wereldburgers met elkaar in diepe verbondenheid verkeren. Zodra een volk in nood de hand uitsteekt, zou de wereld zich geroepen moeten voelen deze te grijpen, omdat we één familie zijn.

Wij, die hiermee vertrouwd zijn, merken dat ons hart niet langer verborgen blijft binnen de mysterieschool. Daarvoor heeft het te lang de buitenwereld gediend. Het is juist om die reden dat de uiterlijke wereld meer zal luisteren naar de mysteriescholen. Talrijke mislukkingen op het vlak van de techniek en het milieu hebben de wereld geleerd dat de kennis van de gewone wetenschap maar zeer eenzijdig is. Die ontwikkeling zal in de toekomst kunnen leiden tot een verbroedering tussen de buitenwereld en de mysteriescholen. Velen willen terug naar een liefdevolle omgang met de natuur. Dat is altijd de eerste stap geweest naar het openen van de schatkamer die de mystieke geheimen bevat.

Het verschijnsel van de universele mens behoort tot het verleden, als we letten op de inhoud die dat begrip eeuwen lang heeft gehad. Het schilderde iemand die zich in elk onderwerp verdiept had. Ondanks onze beperkingen hebben wij het vermogen om scheppend te denken, te visualiseren en ons af te stemmen op het universum; dan worden wij zelf universele mensen. Die mensen kunnen een evenwichtige persoonlijkheid verwerven en midden tussen de uiterlijke leerschool en de mysterieschool staan.

Mystiek leven is in essentie eenvoudig, als we maar niet te veel naar allesomvattende kennis zoeken. We moeten onszelf zijn. De sluiers over het bewustzijn verdwijnen niet door boekenkennis, contemplatie of concentratie. Er is meer voor nodig en dat is afstemming, meditatie. Wij zijn niet voor niets geïnteresseerd in mystiek en hebben niet zo maar iemands stem gevolgd. Dag in, dag uit, werden wij belaagd door de stemmen om ons heen die ons met het zoveelste verlokkelijke voorstel van alles probeerden wijs te maken. Maar op zekere dag verscheen er een beeld dat resoneerde met het diepste in onszelf, alsof het in een spiegel keek. En dat denkbeeld maakte ons tot de behoeders van het licht.

Wie zich geïnspireerd door een ideaal aan het bevorderen van de beschaving wijdt, zoekt een manier waarop dat werk gestalte kan krijgen. Net zoals een ziel een voertuig nodig heeft om zich uit te drukken, moeten intenties en impulsen een kanaal hebben om zich te openbaren. Dat kanaal is de mystieke leerling die zich bewust is van zijn opdracht. De leerling wordt op het aardse vlak in wereldlijke situaties getraind. De mystieke school traint hem op het spirituele vlak. Hij volvoert een innerlijke opdracht en werkt anderzijds gewoon in de maatschappij. Afgestemd op zijn ideaal zoekt hij naar wegen en middelen om krachten te bundelen.

De taak van de leerling is weids en toch niet onmogelijk. Hij hoeft slechts zijn intentie te bewaken. Deze werkt door middel van zijn aura op de buitenwereld in. Het proces is moeilijk te beheersen, maar de oprechte zoeker krijgt hulp, ook van medeleerlingen, die een gewijde cirkel van ingewijden vormen die de hoogste idealen belichamen. Daarvoor werken zij samen. Organisaties waarbinnen mystici hun werk verrichten, hebben pas een goede uitwerking wanneer de daarbij aangesloten personen in kosmische zin aan hun broederschap gestalte geven.

De mysterieschool is de uiterlijke, stoffelijke organisatie die door de vereniging van persoonlijkheden een broederschap vormt. Reeds in de beginjaren van de mensheid werden gelijkgestemde geesten naar elkaar toegetrokken. Hun samenwerking leidde tot het oprichten van uiterlijke organisaties. De uiteenlopende karakters die zich op grond van hun idealen verenigden, vormden een psychisch veld, de mystieke wereld.

Mystiek vormt ons op een speciale manier en als wij door haar veranderd zijn, begrijpen wij beter dat wij een taak hebben. Soms ligt zij binnen de broederschappen, om ze te versterken, kennis door te geven en de burchten van kennis in stand te houden voor andere zoekers die een thuishaven nodig hebben terwijl zij verlangen naar het licht. Niet het licht waarop wij het monopolie hebben, maar dat ons is toevertrouwd en waarvan wij het bezit zolang mogen koesteren als wij het uitdragen naar de zoekende medemens. De mysticus is ethisch geschoold en heeft een visie op de toekomst en op het nut van zijn werk. Hij beziet de toekomst van de mensheid en houdt ook rekening met de rol van het individu. Hij koestert op dat punt zowel een hoogst abstracte als spirituele visie, die door de maatschappij in het algemeen niet begrepen wordt. Voor de massa spreekt de mysticus zijn hogere idealen niet steeds letterlijk uit. Hij gebruikt liever zijn praktische werk om begrepen te worden.

Het beschrijven van doel en werkwijze van een mysterieschool lijkt niet eenvoudig, maar wanneer we proberen de kern te vinden, blijkt het niet echt moeilijk te zijn. De mysterieschool besteedt zorgvuldig aandacht aan het ontwikkelen van de innerlijke persoonlijkheid. Zij probeert dit zo te doen, dat de harmonische samenwerking met de uiterlijke persoonlijkheid niet verbroken maar versterkt wordt. Wanneer men innerlijk en uiterlijk inharmonie is, ook ten opzichte van andere mensen, komt de afstemming op de natuur als vanzelf naderbij.

Het onderricht bevat de instrumenten om dit te bereiken. Deze instrumenten vat men samen met de naam Traditie. Er zijn ongeschreven, traditionele regels in de menselijke omgang waaraan wij vasthouden. De traditionele regels waaraan de natuur zich houdt, zijn de natuurwetten. Daarnaast is er de Traditie: een naam voor de gezamenlijke leerstelsels die spirituele kennis doorgeven; ook wel de Grote Witte Broederschap genaamd. Deze scholen werken langs vaste principes, en in hun opbouw en werkwijze kunnen ze weerspiegelen wat genoemd wordt: de ‘orde der dingen’.

De Traditie zet het mystieke onderricht voort. Om bepaalde redenen gebeurt dit dikwijls via een systeem van inwijdingen. Onze zielepersoonlijkheid is gevoelig voor symboliek en traditie. Die vormen het spirituele voedsel. Daarom voorzien de mystieke broederschappen ons van dat speciale voedsel. Het lichaam wordt met chemische elementen op aardse wijze gevoed. De zielepersoonlijkheid op een andere manier. Waarom dit nodig is, is een geheimenis van de menselijke persoonlijkheid. Ze heeft nu eenmaal twee soorten voedsel nodig, en het spirituele voedsel schept en genereert warmte en liefde. In de mysteriescholen wordt hiermee rekening gehouden. Dat is de reden waarom traditionele inwijdingen worden gehouden, en ook de broederschappen zelf zijn op traditionele wijze geïnitieerd.

In de mysteriescholen wordt de Traditie bewaakt. Wij vinden dit benadrukt in rituelen en graadsinwijdingen, en bij beëdigingen en ledeninstallaties. Zo wordt een heilige taak voortgezet, en geen tijdperk, hoe verduisterd ook, heeft dit licht, deze traditie, kunnen doven. Dit is zeker niet iets om te verwaarlozen. Het gaat om een instrument van alchemistische schoonheid. De mysteriescholen zijn de bewakers van Kennis, en proberen de menselijke beschaving op het hoogste niveau voort te zetten. Dit gebeurt onder andere via diverse vormen van onderricht.

Allereerst is er de intellectuele scholing. Het wezen van de mysteriescholen, van de bestaande filosofieën en de wetmatigheden in de natuur, wordt via een verstandelijke beschouwing uitgelegd.

Ten tweede is er de gevoelsmatige scholing. Zij krijgt onder andere gestalte door de woordkeus in het onderricht, de eventuele rituelen en wat daarmee verband houdt, en door de geest van broederschap die de leden verbindt.

Ten derde monden deze elementen samen uit in de scholing door het hoger zelf. Door afstemming op een hoger bewustzijn wordt het innerlijk waarnemingsvermogen geactiveerd en leren we te leven in harmonie met de influisteringen van het zelf. Dan ontstijgen de ervaringen het niveau waarop ze nog in woorden kunnen worden overgebracht. Ze komen vanzelf uit ons voort. Omdat ze persoonlijk zijn, zouden wij ze als een persoonlijke verworvenheid moeten koesteren. Ze worden daarom ook niet tot in detail met anderen besproken.

De vierde scholing is de ethische, die als een rode draad door alles heenloopt en het belang leert onderkennen van juist denken en handelen en het op de juiste wijze in de praktijk brengen van onze mystieke ervaring. Ze wijst ons erop dat het gevoel en het verstand op een harmonische manier moeten samengaan en is een aspect van de intellectuele scholing. Geen van beide zou afzonderlijk in staat zijn te zorgen voor een volledig afgestemde persoonlijkheid. Daarvoor is het evenwicht nodig tussen verstand, gevoel en hoger zelf.

De verschillende vormen van onderricht komen in de mysterieschool niet scherp gescheiden of chronologisch voor. Er is een constante dosering van een kleine hoeveelheid van het een, en een kleine hoeveelheid van het ander. Een mysterieschool is een broederschap die de gereedschappen meditatie, contemplatie en concentratie gebruikt. Ze voegt daar ademhalings- en ontspanningsoefeningen aan toe. Dat is de vijfde scholing in de reeks, het praktische onderricht. Alles wordtharmonieus samengevoegd. Zo ontstaat het Grote Werk, uit de edelste gedachten, oogmerken en daden van de mens.

De mysteriescholen onderwijzen natuurwetten, maar dan gericht op hoe de mens in zijn aardse en spirituele omgeving functioneert. Dikwijls bevestigen wetenschappelijke ontdekkingen het onderricht dat al eeuwenlang door de mystieke leerscholen wordt gegeven. De oppervlakkige waarnemer zou tot de gevolgtrekking kunnen komen dat het een kwestie van tijd is dat de wetenschap de kennis van de mysteriescholen achterhaald zal hebben. Dit geeft geen juist beeld van de functie van mystiek, maar ook niet van de wetenschap en de oorzaken waarvan beide afhankelijk zijn. Wetenschap en mystiek blijven zich beide immers voortdurend ontwikkelen. Als wij inzien dat de bron waaruit de mysticus kan putten, dezelfde is als waaruit de beoefenaar van de wetenschap zijn inspiratie krijgt, dan begrijpen wij dit.

De universiteit onderwijst bepaalde natuurwetten. Door zijn afstemming op een bepaald gebied doet de student ontdekkingen die zijn ontwikkeling een impuls geven. Hij maakt zich eigen wat hem op de universiteit geleerd wordt en raakt afgestemd op wat we de aura van zijn wetenschap kunnen noemen. Zodoende neemt zijn bewustzijn toe, wat hem naar ontdekkingen op zijn vakgebied voert. Dit kunnen geniale invallen zijn, afhankelijk van de mate waarin hij daarvoor openstaat. Hij zal ethisch besef moeten ontwikkelen om de verworven kennis positief te kunnen aanwenden.

De mysticus volgt een zelfde weg. Via het onderricht in de mysterieschool neemt hij kennis van innerlijke wetten, en ook langs andere weg verwerft hij kennis. Niet meer alleen in de mysterieschool, maar ook rechtstreeks vanuit het hoger zelf. Deze wetten omvatten zijn hele bestaan. De wereld waarop de mysticus zich afstemt, is net zo veelomvattend als die waarmee de wetenschapsman zich bezighoudt. De kosmische wetenschap kristalliseert uit en komt het bewustzijn binnen van mystici en van de beoefenaars van de reguliere wetenschap. Er zijn vele geleerden die ontzag hebben voor de geheimen van de natuur.

Mystiek en wetenschap zijn geen tegengestelden en moeten ook niet als zodanig worden beschouwd. Zij liggen in elkaars verlengde. Mystieke beleving mondt uit in wetenschap en omgekeerd. Wij moeten de wetenschap de plaats geven die ze verdient. Als zij samengaat met de mystieke houding die de zoeker op het pad kenmerkt, hebben wij de gelukkige combinatie waarnaar de wereld verlangend uitziet, namelijk wetenschap met een geweten en met een visie. Alleen zo en niet anders, kunnen wetenschapsmensen de wereld dienen en wordt wetenschap niet bedreven om zelfzuchtige redenen. Mystiek en wetenschap zijn op hun best als zij elkaar erkennen als twee aspecten van hetzelfde streven: het bereiken van kennis en inzicht.

De mysteriescholen zijn erop gericht hun leden kennis bij te brengen die een aanzet vormt tot inzicht. De mens ontleent kennis aan het universele denkvermogen. Hij bewaart de verkregen inzichten en geeft ze door. Ze komen terecht bij mensen die zich op hun beurt afstemmen en kennis verwerven, die zij dan weer doorgeven. Zowel de lagere als hogere scheppingsbeginselen zijn belangwekkend, maar zelfs voordat zij ook maar enige kijk hebben op de inhoud daarvan, worden de leerlingen al naar de mysterieschool gedreven. Het is alsof de aantrekkingskracht een reactie is op hun behoefte aan ontwikkeling. De leerling wordt geroepen, maar in het begin kan hij maar voor een klein deel van die impuls openstaan en erop reageren. Daarmee wordt een zekere oververhitting van zijn gestel voorkomen.

De eerste magnetische actie vanuit de mysterieschool gaat vergezeld van een kleine, maar zeer werkzame impuls, door de leerling een beeld te geven van wat hij kan bereiken. Daarna wordt dit beeld hem weer ontnomen. De aspirant zal niet rusten voordat hij opnieuw veroverd heeft wat hem vrijwel direct weer werd afgenomen. De mysterieschool heeft als taak de leerling te helpen tot inzicht te komen. Zij geeft de richting aan en bereidt de leerling voor op zijn nieuwe leven. Hij onthoudt de visioenen die hem getoond werden, gaat geheel op in zijn mystieke werk en heeft de indruk dat dit altijd op hem heeft liggen wachten. Hij weet misschien niet dat de school hem alleen maar tot wegwijzer dient en dat zijn inspanning en het enthousiasme dat hij tentoonspreidt hem langs de gebaande wegen vanzelf tot het doel voeren.

Indien zij waarlijk tot een mysterieschool kan worden gerekend, werkt de school als een cirkel waarbinnen ieder een deeltje van het onderricht op zich neemt. Men voelt zich als het ware aan de mysterieschool uitgeleend en biedt in ruil voor het onderwijs zijn hulp aan, overal waar die in het werk van pas komt. Het werk van de school wordt misverstaan zolang niet wordt ingezien dat iemand er door zijn persoonlijke evolutie belandt. Zodra de leerlingen onderkennen dat hun vorderingen niet te danken zijn aan de leringen die zij ontvangen, zijn zij op de goede weg. Zij gaan een verschillend pad, komen elkaar tegen, volgen gezamenlijk lessen en bouwen een schat aan geestelijke wijsheid op. Hun verschillende achtergrond en bekwaamheid kunnen niet anders dan zich manifesteren, net zoals dat op andere terreinen gebeurt.

Binnen de mysterieschool kan de leerling de instrumenten vinden om het verborgene te onthullen, om de in hem sluimerende vermogens tot ontwikkeling te brengen. Daardoor worden de verschillen die er met anderen zijn, geaccentueerd, maar niet in negatieve zin. De opbloeiende persoonlijkheden openbaren steeds meer van het kosmische vuur. Zij stimuleren elkaar en scheppen hun eigen pad in samenwerking met anderen, door wie ze tot de noodzakelijke reflectie komen. In de weerspiegeling herkent de leerling zichzelf in andere leerlingen. Zij zien elkaar als de vruchtbare grond waarop zij kunnen aarden, en delen de vooruitgang. De leerlingen voegen aan elkaar toe, nemen elkaar niets af. Door de bijzondere weg die zij bewandelen, mag in de mysterieschool geen strijd om de macht voorkomen. Een dergelijke strijd is vanuit mystiek oogpunt niet alleen schadelijk maar ook nutteloos, want zij houdt verband met het ego. Het ego is dat deel van het denkvermogen wat door de leerling getransmuteerd moet worden.

De visie van de mysticus op leiderschap heeft te maken met zijn afkeer van machtsstrijd. Deze staat hem tegen, valt buiten zijn golflengte. Hij is gericht op dienstbaarheid en moet zich slechts weten over te geven. In de gezamenlijke beoefening van de levenskunst vervaagt elk zoeken naar macht en invloed vanzelf, omdat ze slechts de exponenten – en niet de doelstelling – van een gevorderde persoonlijkheid zijn. Een broederschap kan heel goed floreren zonder de praktijken die in het gewone leven gelden.

Een mystieke school is een wonderbaarlijk lichaam. Zij wordt zoals elke organisatie volgens bepaalde regels bestuurd, maar is van een bijzondere soort. Terwijl sommige aardse organisaties een log lichaam vormen dat zich onmisbaar acht en zichzelf dikwijls overleeft, is de mysterieschool een verlengstuk van een onzichtbare broederschap. Het feitelijke werk wordt niet binnen de zichtbare organisatie gedaan, maar binnen de onzichtbare. Het kan zijn dat iemand zich aanmeldt bij de zichtbare organisatie, zonder ooit toegang te vinden tot de onzichtbare.De hiërarchie van de onzichtbare broederschap wordt niet door menselijk toedoen geformeerd. Om te worden toegelaten, moet men voorbereid zijn.

Alle broederschappen komen op een bepaald punt samen, bij de mystieke ervaring van de toegewijden. Zij doen de ervaringen op die nut hebben. Andere gaan voorbij of worden als minder belangrijk beschouwd. De indrukken zijn aangepast aan de grondtoon van de mysticus. Hij moet er met heel zijn wezen toegankelijk voor zijn, en zijn aard bepaalt welke school voor hem de beste mogelijkheden biedt. Hij ziet ook onder zijn medeleerlingen veranderingen tot stand komen. Een onbetekenend voorval kan de leerling het enthousiasme geven dat hij nodig heeft.

Wij kunnen wel een ogenblik wijden aan de stimulansen die de mystieke student ontvangt. Zijn deelname aan de mysterieschool brengt hem in het psychische veld daarvan. Het karakter van zijn school is spiritueel. Hij past daarbij, als hij afgestemd is op het gebied dat erdoor wordt bestreken. Wanneer de afstemming lukt, bereikt hij met zijn medeleerlingen mentale harmonie. De inspiratie van de mysticus wordt aangevuld met de psychische aard van de broederschap waarvan hij deel uitmaakt, en met de eenheid die hij met andere mystici ervaart. Het onderricht binnen de mysterieschool roept krachten in hem wakker en laat hem zien hoe hij die kan beheersen. Geïnspireerd en gestimuleerd zal hij die energie richting willen geven.

Het lijkt erop dat, naast de afstemming op het hoger zelf, samenwerking met medemensen een bijzondere en onmisbare hulp is bij het werk. En dat wordt in het algemeen ook zo ervaren. Het moet mogelijk zijn een ervaren mysticus te worden zonder met andere leerlingen om te gaan. Deelname aan een verband van gelijkgestemden is geen absolute voorwaarde om vooruit te komen. In afzondering werken is mogelijk. Deze weg wordt door sommigen bewandeld. Wel is het de vraag of werkelijke groei mogelijk is zonder een systeem om tot kennis te komen. Het zou interessant zijn te weten welke werkwijze gevolgd wordt door de solitaire werkers. Zij missen de inspiratie die het samenwerken met anderen kan geven, maar misschien biedt het vertoeven in de vrije natuur hun voldoende inspiratie en kracht, of de steun van vrienden. Andere mystici hebben het nodig dat zij zich, onopgemerkt door anderen, in een mensenmassa kunnen begeven. Als mystici samenwerken en hun krachten bundelen, heeft dat voordelen, want het geheel is meer dan de som der delen.

Zelfs als wij individualist zijn, zal ons binnen een groep van medeleerlingen een plaats kunnen toevallen waar we naar hartelust onszelf kunnen zijn en anderen kunnen dienen. Zo komen onvermoede talenten tot bloei, mede dankzij het tegenwicht dat ons ego krijgt. Wij leren het beheersen, doen er geen afstand van, maar smeden het om tot een dosis gezonde prestatiedrang die ons voortstuwt. Niemand ontvouwt zich op dezelfde manier. In de broederschappen komt dit tot uiting. Uit het veelvoud van karakters wordt een uniek lichaam gesmeed, waarin iedereen een rol heeft en niemand gemist kan worden. Terwijl het in profane organisaties vaak een gevecht is om bepaalde posten, zal de ware broederschap hieraan een verademend gebrek laten zien. In de profane wereld vecht men dikwijls vóór zichzelf, in de broederschappen mèt zichzelf. Men stelt zich in op het mystieke werk en zie: alles vloeit in de vorm die nodig is.

De onderlinge band met medereizigers op het pad hoeft zich niet in een bijzondere vriendschap te uiten, maar wordt stilzwijgend erkend. Overal ter wereld wordt men binnen zijn broederschap als een bekende binnengehaald en alle barrières vallen weg. Dit maakt het de leerling gemakkelijker zijn arbeid voort te zetten. Tijdens momenten van bespiegeling kan hij zich zijn broederschap als aardse en psychische werkelijkheid voor de geest halen. Dit geeft een verbondenheid die men moet kennen om haar te begrijpen en te waarderen.

Het uitwisselen van ervaringen komt tussen mystici maar beperkt voor. Zij hebben een natuurlijke geremdheid om over hun mystieke leven te vertellen. Indrukken op spiritueel gebied vallen nauwelijks zo te vertalen dat ze een juiste weergave zijn van wat heeft plaatsgevonden. Onthullingen kunnen het grote werk niet rechtstreeks schade doen, maar door in de valkuil van de ijdelheid te lopen, of door te veel persoonlijke gegevens prijs te geven, kan men medeleerlingen en anderen wel op een dwaalspoor brengen. Mystici laten het uitwisselen van ervaringen met lotgenoten en de buitenwereld dan ook vaak achterwege, en zoeken de directe ervaring, want alleen die brengt volledig inzicht.

Onderling hebben wij dikwijls geen woorden meer nodig om te laten merken wat ons het meeste bezighoudt. Een enkele keer zullen wij met elkaar in diepgaande discussie treden. In zulke gesprekken worden meer vragen opgeworpen dan beantwoord. Samen met onze gesprekspartners hebben wij dan stof te over voor verder onderzoek. Het is een nieuwe stap naar vooruitgang, en samenwerking is een grote beloning.

Doch vooral worden wij beloond door onze afstemming, omdat op die manier het profane leven ophoudt zich te roeren, als een rad dat men tot stilstand brengt. De poort naar grotere eenheid gaat open. In stilte verenigd met de kern van onze broederschap ervaren wij hoe belangrijk het werk is dat zo veel aandacht vraagt, zo veel jaren van ons leven vult. Het is onmogelijk een vage indruk, een afschaduwing te geven van wat bereikt kan worden. Het zijn ontwende, sprookjesachtige ervaringen. Hun bestaan wordt geaccepteerd, maar als behorend bij een wereld die niet de onze lijkt te zijn. Toch horen ze bij ons, zoals de zintuiglijke ervaringen bij het stoffelijke lichaam horen.

Ruud Muschter, F.R.C.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Don`t copy text!

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en ontvang gratis een mystiek e-boek

Schrijf je nu in voor onze maandelijkse nieuwsbrief. Dan blijf je niet alleen gemakkelijk op de hoogte van interessante artikelen, nieuwe cursussen en leuke acties, maar ontvang je ook tijdelijk het exclusieve mystieke ebook 'De Tempel der Mensheid'.