Mystiek

De Gulden Verzen van Pythagoras

De ‘Gulden Verzen’ die aan de grote Griekse wijsgeer worden toegeschreven, zijn een synthese van de pythagorische levenswijze: de uitgangspunten voor een dagelijks gedrag dat tot ‘vergoddelijking’ of de spirituele opgang van de zielepersoonlijkheid leidt.

Pythagoras en de Pythagorische school

Pythagoras werd ongeveer 570 v.Chr. op Samos in Griekenland geboren. De Traditie en verschillende biografieën over hem suggereren, dat hij al op jonge leeftijd de oude beschavingen bezocht om zoveel mogelijk kennis en wijsheid te vergaren. Jamblichus vermeldde dat Pythagoras tweeëntwintig jaar bij de priesters van Egypte studeerde, dat hij de leringen van de Chaldeeën bestudeerde en daarna misschien nog die van de Perzen.

Men neemt aan dat de jonge Pythagoras de natuurwetenschappen en de wiskunde van deze oude beschavingen leerde. Veel verslagen – met inbegrip van die van Porphirius – geven tevens aan dat hij in die landen in verschillende mysteriescholen werd ingewijd. Men neemt ook aan dat hij in de Orfische esoterische school werd ingewijd. Daar verwierf hij een diepe liefde voor de muziek en haar wetten en symboliek.

Na veel te hebben gereisd en gestudeerd, keerde Pythagoras naar Samos terug, waar hij probeerde met een eigen filosofische school te beginnen. Hij bleef maar korte tijd op Samos, want toen hij veertig jaar oud was, werd hij gedwongen het eiland te verlaten. Hij ging op zoek naar een vrijheid die hem onder de tirannie van Polycrates niet werd gegund.

pythagoras_piramide

Vervolgens vestigde hij zich vervolgens in Croton in Italië, waar hij een esoterische school oprichtte die bekend werd als de school van de pythagoreeërs. Er bestonden in deze school groepen leerlingen op verschillende niveaus, vergelijkbaar met het gradensysteem in de huidige esoterische scholen.

De Akousmatikoi, de toehoorders, waren de leerlingen van het eerste niveau; zij hadden een proefperiode van drie jaar. In deze tijd moesten zij naar lezingen en wijsgerige gedachtewisselingen luisteren, maar zij mochten niet praten en geen vragen stellen.

De tweede groep was die van de Mathematikoi, de volgelingen, die formeel in de esoterische school waren ingewijd. Deze leerlingen leefden in een gemeenschap en hun werk begon met een periode van zwijgen die verscheidene jaren duurde. Hun studie omvatte filosofie, wiskunde, muziek en de beoefening van een strenge, morele leefregel. Deze leefregel wordt prachtig toegelicht in de ‘Gulden Verzen’.

De Gulden Verzen

Pythagoras onderwees zijn leerlingen in een versluierde, een buitengewoon symbolische taal. Als zodanig had de boodschap vaak een tweede betekenis die moest worden begrepen en in de praktijk toegepast door de leerlingen van de hogere niveaus, de filosofen (zij die de wijsheid liefhebben).

Er zijn geleerden die volhouden dat de Gulden Verzen oorspronkelijk deel uitmaakten van het Heilige Traktaat, een verhandeling die Pythagoras als leefregel voor de leerlingen van zijn school schreef. De leden van de school gaven de verzen mondeling door, totdat deze leden gedwongen werden Italië te verlaten. Op dat moment dacht men dat het veiliger zou zijn de verzen op te schrijven om te vermijden dat de lessen ervan verloren zouden gaan.

In dit artikel wordt gebruik gemaakt van de Nederlandse vertaling van de Gulden Verzen uit 1921 door de N.V. Theosofische Uitgeversmaatschappij.

Een volledige analyse van de Verzen zou te uitgebreid worden. Daarom zullen wij in dit artikel slechts enkele regels beschouwen.

Over getallen

Vereer eerst de Onsterfelijke Goden
zoals de wet dat vereist;
eerbiedig vervolgens uw Eed
en dan de vermaarde helden;
aanbid ook de aardse Daimonen
volgens de gepaste rituelen;
eer eveneens uw ouders
en allen die na verwant zijn.

De bovenstaande versregels geven een rangorde van waarden weer die in de tijd van Pythagoras het respect en de diepe eerbied van een goed Grieks burger verdienden. In die zin lijken de versregels alleen maar iets te bevestigen wat als goed gedrag werd beschouwd. Er ligt echter een verborgen betekenis in.

De traditie van de pythagorische school geeft aan, dat de ‘Onsterfelijke Goden’ in werkelijkheid getallen waren. In de leringen van deze school staan de getallen voor de wetten van het universum en de schepping daarvan. De tien getallen zijn ontwikkeld uit de optelsom van de samenstellende delen van de Tetraktis (viertal): 1+2+3+4= 10. De Tetraktis werd vaak voorgesteld als een driehoek van tien punten.

De tien punten van de vier niveaus van het symbool vertegenwoordigen schepping en werden door de pythagoreeërs als volgt verstaan:

  1. De Monade symboliseerde Eenheid, de staat van zijn vóór de schepping.
  2. De Diade symboliseerde de eerste beweging naar schepping; de splitsing van de Monade in twee polariteiten.
  3. De Triade symboliseerde de vereniging van de twee polariteiten door een bemiddelende hoedanigheid, de Logos of het Woord, of het filosofische kwik van de Hermetici.
  4. 4. De Tetrade symboliseerde de werkelijke schepping van het stoffelijke universum door de vier elementen vuur, lucht, water en aarde, van de Ouden.

Het pythagorische begrip dat het universum volgens de Wet van de Getallen werd geschapen, had zowel grote invloed op verschillende mystieke en metafysische richtingen als op de neoplatoonse, hermetische, kabbalistische en gnostische tradities.

De verwijzing naar ‘eerbiedig uw Eed’ onderstreept het belang van de eed van geheimhouding die de leerlingen van de esoterische school bij hun inwijding zwoeren. De pythagorische eed was vermaard en wordt als volgt vertaald:

Ik zweer bij Hem die in onze zielen de heilige Tetraktis heeft geplant de bron van de Natuur wier oorzaak Eeuwig is.

Deze plechtige eed werd door de ingewijden van de pythagorische mysterieschool afgelegd. De eed werd gezworen op de naam van de Meester die het mysterie van de heilige Tetraktis of het mysterie van het viertal doorgaf aan de leerlingen. De Tetraktis was een symbolische synthese van de scheppingswetten en bevatte als zodanig het geheim van voortdurende creatie. Zij was het symbool voor een eeuwige bron of fontein van vernieuwing en regeneratie in de hele Natuur.

Over Gezondheid en zuiver Leven

Een van de regels van de broederschap was, matig te zijn in alle lichamelijke gewoonten. Een gezond lichaam werd in het Oude Griekenland erg belangrijk gevonden, want men ging ervan uit dat een gezonde geest alleen maar in een gezond lichaam kon wonen.

Onthoudt u van verboden spijzen;
en overweeg dat dit bijdraagt tot de
zuiverheid en de bevrijding van uw Ziel.

Bij de pythagoreeërs behoorde vlees tot de verboden voedingsmiddelen. Sommige geleerden stelden als uitleg van deze regel van de mysterieschool voor, dat de pythagoreeërs in transmigratie geloofden. Volgens veel leerlingen van de School was dit niet waar. Het is bekend dat Pythagoras zelf van dieren hield en van mening was, net als veel mensen dat tegenwoordig zijn, dat het niet erg aardig is dieren te doden om ze op te eten.

De heer Rodman Clayson, een vroegere Grootmeester van de A.M.O.R.C., zegt in zijn uitleg over de pythagorische lering, dat de menselijke ziel door dierlijke reïncarnaties gaat. Volgens Clayson meenden de pythagoreeërs dat de menselijke ziel via de melkweg afdaalde en iedere nieuwe incarnatie bereikte door elk van de dierenriemtekens.

Aangezien veel van deze tekens door een dier worden voorgesteld (leeuw, kreeft, stier, ram et cetera) geloofden de niet-ingewijden dat de pythagoreeërs onderwezen dat de menselijke ziel in deze verschillende dieren incarneerde.

De pythagoreeërs onderwezen in werkelijkheid dat de ziel zich verrijkt door de veelheid van ervaring die ze verkrijgt door haar incarnatie in verschillende persoonlijkheden, telkens gesymboliseerd door de tekens van de dierenriem.

Om de gezondheid en het welzijn van de leerlingen te verhogen, werden veel voedingsregels in de leringen van de pythagorische school opgenomen. Enkele van deze regels hadden echter een verborgen betekenis.

Het eten van bonen of elk ander voedsel dat winderigheid veroorzaakte, stond voor het voeden van de geest met nutteloze gedachten en denkbeelden. Deze denkbeelden zouden winderigheid veroorzaken ofwel zouden de leerling met zinloze leegte vullen. De pythagoreeërs mochten daarom geen bonen eten.

Praktische Leefregels

Beraadslaag voordat gij handelt opdat U
geen onzinnige handelingen verricht.
Slechts een dwaas zal zonder nadenken handelen.

De regel zorgde ervoor dat de leerlingen zich eerst met een besluitvormingsproces bezighielden voor ze tot een handeling overgingen. Impulsief handelen of handelen op basis van sterke menselijke emoties werd niet aangemoedigd door de pythagorische filosofen. Redelijk denken en het zorgvuldig overwegen van iedere handeling was en is nog altijd een belangrijk en noodzakelijk bestanddeel bij het verkrijgen van meesterschap over het leven.

Doe nooit iets wat u niet begrijpt
maar leer alles wat nodig is.
Zo zult u een gelukkig leven hebben.

Deze regel neemt zowel bij individuen als bij instellingen steeds een belangrijke plaats in. Misschien herinnert u zich dat veel ondernemingen in de jaren zeventig de trend volgden nieuwe markten en zaken waarvan ze weinig afwisten, uit te proberen. De jaren tachtig en negentig hebben echter een terugkeer laten zien van de pythagorische grondregel ‘Doe wat je goed kunt’.

Eenvoudig gezegd betekent dit, dat er meer in de kerntaken van de onderneming werd geïnvesteerd en dat men zich langzamerhand in het belangrijkste onderdeel van de zaak ging onderscheiden. Wanneer dit op een ander niveau wordt overdacht, kan men zien hoe deze regel ook op individuen van toepassing is en hoe het een belangrijke voorwaarde wordt om meesterschap te verwerven.

De controle van de wil

Laat de slaap uw moede oogleden
niet sluiten
voor u met drie vragen uw daden
van deze dag hebt onderzocht:
Wat heb ik verkeerd gedaan?
Wat heb ik gedaan?
Wat heb ik nagelaten dat ik had moeten doen?
Kijk terug, van uw eerste tot uw laatste handeling
en als u verkeerd deed, heb berouw in uw geest;
verheug u over alles wat goed was.

In de leringen van Pythagoras werd ‘s ochtends vroeg een doel gesteld en een moment van terugblikken vastgelegd. De leerling moest beslissen over en een plan maken van wat hij die dag tot stand wilde brengen. Later op de dag moest er een terugblik zijn op het voltooide en geleerde.

De eerste terugblik werd symbolisch op het middaguur gedaan, de laatste voor het slapengaan. De traditie zegt dat men terugblikte door de drie vragen uit het vers te stellen.

Het was de bedoeling het bewustzijn over wat er in en rondom het leven van de leerling voorviel, te vergroten door hem zich iedere daad van de dag te laten herinneren en de verschillende handelingen te laten evalueren.

Vaak wordt vergeten dat het stellen van een doel of de beslissing wat men tijdens de dag zal gaan doen, een heel belangrijk onderdeel is van een succesvol leven. Wij hebben gewoon zoiets eenvoudigs als een actiepuntenlijst nodig. Zomaar met werken beginnen of van huis weggaan zonder plan verdient ten volle de bekrachtiging van de Chesire kat uit ‘Alice in Wonderland’ wanneer die zegt:

“Als je niet weet waar je heen gaat, zal iedere weg je er brengen.”

Een aanbevolen oefening

Ga ontspannen zitten en overdenk welke doelen u in de komende week wilt behalen. Maak in gedachten een plan over wat u op maandag wilt doen en vervolgens op dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag. Bedenk ook wat u in het weekend wilt doen. Deze oefening zal u helpen van te voren te beslissen wat u wilt doen of bereiken. Wanneer u geen plan of richting hebt, wordt uw tijd en energie misschien niet gebruikt om tot het succes te komen dat u zoekt.

De terugblik van de pythagoreeërs verzekert u van een waardevolle terugkoppeling bij het besluitvormingsproces. Indien een leerling bijvoorbeeld iedere morgen besluit iets te doen maar het dag na dag niet doet, zal de terugblik op een onvolledigheid in het besluitvormingsproces wijzen; dat wil zeggen, een deel van de persoon besluit iets te doen en de een of andere psychologische belemmering staat dat niet toe.

Wanneer zoals in dit geval de leerling iets uitstelt, kan hij zijn wilskracht vergroten of hij kan proberen zijn onderbewuste weerstand om de voorgenomen taak uit te voeren, te begrijpen.

Aanbevolen oefening

Ga ontspannen zitten en ga in gedachten terug naar het moment dat u vanmorgen wakker werd. Waar dacht u aan. Dacht u aan iets speciaals toen u zich douchte en u aankleedde? Waarmee ontbeet u? Maakte u plannen voor deze dag? Hebt u alles gedaan wat u zich voornam? Indien dat niet gelukt is, waren uw plannen dan wel realistisch? Had u redenen om dingen uit te stellen?

Neem ter harte dat u uw hartstochten moet
leren beheersen;
eerst uw gulzigheid dan uw traagheid en dan
uw zinnelijkheid en uw toorn.

Er is een zeer oud gezegde: ‘Men herkent de mens aan zijn gewoonten’. Rozekruisers-leringen en -monografieën gaan diep in op de methoden om ongewenste gewoonten te veranderen. De pythagorische school heeft een oefeningsmethode om de wilskracht van de leerling te vergroten en ongewenste gewoonten af te breken.

De gedachte was één gewoonte per keer te overwinnen, te beginnen bij de controle over de oerverlangens van het menselijk lichaam. De methode begint met de beheersing van te veel eten door te vasten en op dieet te gaan. Nadat de gewoonte matig te eten stevig is gevestigd, wordt de aandacht op een volgende ongewenste gewoonte gericht.

Gewijde Regels

Welke smart het lot van de Goden
ons zendt om te verduren,
wat u ook treft,
verdraag het met geduld en zonder morren.
Tracht zoveel u het kunt te verbeteren,
maar bedenk dat het Lot goede mensen niet
zo veel tegenspoed zond.

Er zijn twee sleutelgedachten in dit vers. De eerste is, dat wij tegenslag met geduld en in stilte moeten dragen en ons best doen het binnen de grenzen van het mogelijke te verlichten. Wij worden aangespoord de krachten van het lot niet te weerstaan, terwijl onze menselijk aard natuurlijk geneigd is dat als eerste te doen.

De tweede gedachte – gebaseerd op het pythagorische erfgoed – is, dat een goed mens door het lot begunstigd wordt. Het geloof in de wet van oorzaak en gevolg of de wet van karma zegt hierover, dat de mens die binnen de grenzen van de wetten van kosmische rechtvaardigheid heeft geleefd, niet hetzelfde hoeft te lijden als iemand die de kosmische wetten voortdurend schendt. In het christendom wordt dit principe of grondbeginsel weergegeven in het gezegde ‘Wat u zaait, zult u oogsten’. In alle religies is dit een fundamenteel uitgangspunt.

Wat je ook hebt ontvangen,
houdt u aan wat Ik u onderwees.
Door het genezen van uw ziel,
zult u gespaard blijven voor veel kwaad.

Dit vers herhaalt de pythagorische overtuiging dat de leerling die zijn ziel ‘geheeld heeft’, tegen het kwaad beschermd zal worden. Met andere woorden, hij die een juist en deugdzaam leven leidt, wordt kosmisch beschermd.

Begin nooit enig werk
voordat u de zegen van de Goden erover
hebt afgesmeekt.

Mystiek gezien is dit een zeer belangrijke regel. Wij smeken Gods zegen af, want zelfs in onze kleinste handeling of taak houden wij ons in zijn naam bezig met zijn werk van dienst aan het Licht.

Wij kunnen onze taak op twee manieren zien. Eén manier is uit te gaan van het individu op zich. Omgekeerd kan men menen dat het kosmische – dat door de mens heen werkt – een taak volbrengt die aan de mensheid ten goede komt.

Wanneer wij deze gedachten beschouwen, wordt duidelijk dat alleen uiterst zelfzuchtige handelingen bij de eerste manier horen, terwijl wij merken dat we, door ons werk thuis, op kantoor en dergelijke, in de meeste gevallen meewerken aan het kosmische werk voor het universum.

Maar houd moed
want mensen zijn van afkomst goddelijk,
en de heilige Natuur ontsluiert aan hen
de meest verborgen geheimenissen.

Mensen zijn kinderen van de kosmos. Wij zijn een deel van de Ene, wij zijn een onafgescheiden stukje van de grote universele ziel en hebben daarom een goddelijk innerlijk Zelf.

Dit goddelijke deel heeft door zijn goddelijke afkomst de luister van de natuur en het universum geërfd. Het heeft ook alle wijsheid van de natuur en haar schepper geërfd en deze wijsheid wordt onthuld aan de zoeker naar Verlichting.

Laat de rede, die goddelijke gave,
uw opperste leidsman zijn.

De rede is de eigenschap van de geest die de mens van het dier onderscheidt. Als zodanig is het een geschenk van het kosmische en het meest goddelijke deel van de mens. De rede is onze belangrijkste gids.

Wanneer u dan van uw sterfelijk lichaam
gescheiden zult zijn
en u in de Aether verheft (…)

Het uiteindelijke doel van degene die de Mysteriën wil leren kennen, wordt bereikt wanneer zijn zich ontwikkelende zielepersoonlijkheid de cyclus van wedergeboorte kan afsluiten. Hierna hoeft de zielepersoonlijkheid niet opnieuw te incarneren.

(…) zult u een God zijn,
onsterfelijk, onvergankelijk
en de Dood zal niet meer over u heersen

a) Jamblichus was een neoplatoonse filosoof die leefde van ongeveer 250 tot 330 n.Chr. Hij was een leerling van Porphirius en stichtte later zijn eigen filosofische school in Syrië. Jamblichus schreef vijf gezaghebbende boekwerken over de leer van Pythagoras.
b) Porphirius was een leerling van de grote filosoof Plotinus en hij was de uitgever van diens werken. Hij werd in Tyrana in Syrië geboren en leefde van ongeveer 233 tot 304 n.Chr. In Rome werd hij een volgeling van Plotinus en een invloedrijk kenner van het neoplatonisme.
c) Polycrates was een machtige tiran op Samos. Hij vestigde een despotisch bewind op het eiland en heerste met zijn strijdmacht in het hele gebied. Zijn regering duurde van 535 tot 515 n.Chr. Hij werd uiteindelijk verslagen door Oroestes, de Perzische bestuurder van Lydia

 

Gerelateerde artikelen

Abonneer
Abonneren op
guest

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

1 Reactie
Inline Feedbacks
Bekijk alle opmerkingen
Erno
Erno
7 jaren geleden

…de aardse Daimonen

Even ter verduidelijking:

Daimon (Oudgrieks: Δαίμων /Daímon; Latijn: Dæmon; Nederlands: Daimoon) is in de Griekse mythologie oorspronkelijk de aanduiding voor een meestal goedwillend wezen dat ergens tussen goden en stervelingen in staat, een bovennatuurlijk wezen zoals een inferieure godheid. Een voorbeeld hiervan is te vinden in Plato’s Symposium In de joods-christelijke traditie spreekt men over een ‘demon’ in de betekenis van een kwaadwillende geest die mensen in bezit kan nemen.