MystiekVrijmetselarij

De gnostische wortels van de vrijmetselarij – Deel II

De inwijdingen van de gnostici waren vooral gecentreerd rondom de vier elementen en de zeven planeten. Ze bestonden meestal uit verschillende dooprituelen voor de verschillende inwijdingsfasen, en in de toekenning van specifieke wachtwoorden voor de verschillende fasen.

Men geloofde dat de vier elementen - aarde, water, lucht en vuur - de verschillende stadia van bewustzijnsverlichting vertegenwoordigden.

De aarde is het bewustzijn dat geobsedeerd is door de dierlijke passies en slaaf is van de materie. Het vuur is het bewustzijn dat vrij kan baden in het licht van het Goddelijke. De ingewijde werd geleerd om zijn emoties te beheersen tijdens de inwijding die betrekking had op de doop met water, de ontwikkeling van het intellect stond centraal bij de inwijding die betrekking had op de doop met lucht, en het spiritueel inzicht had betrekking tot de inwijding waar de kandidaat gedoopt werd in het vuur.

Lagere en hogere zelf
Meestal vond er ook een symbolische dood plaats van de ‘lagere zelf’ van de kandidaat, en een opstanding uit de dood van het nieuwe ‘spirituele zelf’. Deze ‘lagere valse zelf’ - de zogenaamde Eidelon of Tweeling - stierf symbolisch, en de ‘hogere ware zelf’ - de Daemon genoemd - kwam vrij. Dit werd geuit in het ‘meesterschap’ dat de kandidaat bereikt had.

De ‘meester’ was een weerspiegeling van het Goddelijke in de stoffelijke wereld. God werd voorgesteld als het Hoogste Licht. Gnostici werden daarom ook wel de ‘zonen van het licht' genoemd, of soms de ‘religie van Licht’. De manicheïstische gnostici werden ook wel aangeduid als de 'zonen van de Weduwe’. Een term die ook bekend is in de vrijmetselarij.

schenckIn de vrijmetselarij kunnen we soortgelijke symboliek herkennen in de werktuigen van de Passer en de Winkelhaak. De Winkelhaak symboliseert het materiële en vergankelijke, en de Passer het  geestelijke en eeuwige.

De vier elementen komen subtiel terug in de maçonnieke inwijding. De zeven planeten zien we terug in de verwijzing naar de zeven vrije kunsten en wetenschappen, die elk geassocieerd worden met één van de planeten.

Tevens ondergaat iedere vrijmetselaar, net als de oude gnostici, een symbolische dood en wordt hij herboren in een nieuw leven.

Stadia van bewustzijn
In de gnostische traditie hanteerden de meeste scholen vier stadia van bewustzijn, met ieder drie inwijdingsrituelen. Het eerste stadium van bewustzijn wordt vertegenwoordigd door de aarde en heeft betrekking op mensen van wie het bewustzijn helemaal geobsedeerd is door de fysieke wereld, de fysieke zintuigen en - in het verlengde daarvan - hun eigen ego.

Deze persoonlijkheden worden aangeduid met de term ‘Hylici’. Zij identificeren zich vooral met hun ‘valse’ fysieke lichaam - genaamd de Eidolon of Tweeling. In Bijbelse terminologie worden deze mensen ‘blind’, ‘dood’ of ‘slapend’ genoemd omdat zij de geestelijke essentie van de dingen niet kunnen waarnemen. Noch kunnen zij begrijpen dat hun ware lichaam geestelijk is en niet fysiek. In de vrijmetselarij wordt naar deze mensen verwezen met de term ‘profaan’, of ‘niet-ingewijde’.

Symbool van de ezel
donkeyjesusDoordat bij deze mensen het ego doet wat het wil, wordt dit ego soms symbolisch weergegeven door een ezel. Het ego is bij die mensen net zo koppig en tegenstribbelend als een ezel.

Het overwinnen van het ego in deze fase wordt vaak symbolisch weergegeven door de persoon die op een ezel rijdt, in plaats van een ezel die op de persoon rijdt. Dit symboliseert de verkregen controle over de lagere natuur.

In de Bijbel zien we dit vertegenwoordigt door Jezus die het Jeruzalem binnenkomt rijdend op een ezel. Ook andere ‘avatars’ zoals Mithras en Osiris berijden in hun tradities ezels.

In het verhaal van Pinokkio (geschreven door de vrijmetselaar Carlo Collodi), verandert Pinokkio bijna in een ezel wanneer hij geobsedeerd raakt door zijn eigen ego. Later verandert Pinokkio in een echte jongen wanneer hij deze fase van ontwikkeling overwint.

Het verheffen van ‘Hylici’ op het spirituele pad werd daarom ook aangeduid met ‘het geven van zicht aan de blinde’ of met ‘het verheffen uit de dood’. In de Bijbel symboliseren plaatsen van slavernij of gevangenschap meestal deze stoffelijk staat. Bijvoorbeeld de aarde vóór de zondvloed, de slavernij van de joden in Egypte, de Babylonische gevangenschap, of de overheersing van Rome in Israël.

Donkere aarde
Zodra een persoon een ervaring heeft gehad van de goddelijke natuur van de wereld, ondergaat deze een ‘verandering van het hart’. Hij heeft het ‘Licht gezien’. De meeste vertalingen van de Bijbel verwijzen naar deze verandering van het hart - ‘metanoia’ genoemd in het Grieks - als ‘berouw’.

Het Griekse woord ‘metanoia’ betekent echter niet dat iemand een  bekentenis dient af te leggen bij een priester, noch lid dient te worden van een kerk, of excuses moet maken aan God voor eerder gemaakte ‘fouten’ - zoals het zo vaak wordt geïnterpreteerd - maar dat men zijn hart gaat volgen en zijn focus verlegd naar een poging om zijn persoonlijke binding met het Goddelijke te begrijpen. Hierdoor werd hij een ‘vrij man’. Dit was de eerste stap in het spiritueel ‘ontwaken’. In de vrijmetselarij ook wel aangeduid met het volgen van de ‘innerlijke drang’.

alchemie3Symbolisch wordt deze fase van spiritueel ontwaken ook wel voorgesteld als het besef dat je in een gevangenis van je geest, of in een donkere graftombe, leeft. In de vrijmetselarij wordt hiervoor soms de ‘Kamer van Overpeinzing’ gebruikt. Dit is een kleine donkere ruimte met daarin een tafel waarop brood en water - als in een gevangenis - staat, evenals symbolen van zowel vergankelijkheid (een schedel) als de manier om uit de gevangenis te ontsnappen (v.i.t.r.i.o.l.).

De inwijding begint met het ‘ontsnappen’ van de kandidaat uit deze symbolische donkere gevangenis. Middels deze daad ‘- uit eigen vrije wil - wordt de kandidaat ‘vrij’ en daarmee een ‘vrijmetselaar’.

Zuiverend water
De eerste fase van de gnostische inwijding ging vooral over het onderdrukken van begeertes en het verbeteren van de persoonlijke ethiek en moraliteit. Het werd door de vroege gnostici ook wel de ‘psychische fase’ genoemd.

Het was een fase waarin de kandidaat ontdekte dat hij niet alleen maar uit een fysiek lichaam bestond. Het element wat bij deze fase hoorde, was het water. In de Bijbel zien we deze fase ook terug met verwijzingen naar water, zoals de metafoor van de zondvloed van Noach, en Jezus die over water loopt. De vrijmetselarij wordt ook wel een ‘bijzonder systeem van moraliteit’ genoemd. De symbolische reiniging met water - als vereiste om het ‘Licht’ te zien - vinden we tevens terug in de ritualen van de vrijmetselarij.

Goddelijke adem
De volgende gnostische inwijding werd meestal gedaan met lucht of adem en werd ‘pneumatisch’ genoemd. Tijdens de pneumatische inwijding leerde de adept om zijn natuur te begrijpen in onpersoonlijke termen, en in te zien dat God niet een persoon is ergens op een wolk, maar eerder 'de Ene' is. Hij begint het begrip Dualiteit te begrijpen en leert vervolgens deze te overstijgen. Alle relaties met God worden geleidelijk in Eenheid gebracht. God en de ingewijde worden gezamenlijk het mysterie van God in zijn liefde met zichzelf. Alles is perfecte Eenheid.

fellowcraft1Wanneer hij ervaart dat God één is met de schepping, dan kan de pneumatische adept in de gnostische school beginnen met de studie van de zeven vrije kunsten en wetenschappen om hierdoor God beter te leren begrijpen.

Het is tijdens deze pneumatische fase dat de meeste gnostische scholen verbanden leggen tussen de zeven vrije wetenschappen en de zeven planeten, in het verlengde daarvan de zeven edele metalen, en de zeven dagen van de week.

De pythagoreeërs breidde deze uit en suggereerden dat de noten van het octaaf en de zeven Griekse klinkers ook een relatie met bovenstaande zeventallen hadden. In de vrijmetselarij staat de tweede graad, die van Gezel-vrijmetselaar, ook - onder andere - in het teken van het getal zeven.

Water, lucht en vuur
Circle_PointDe pneumatische adept leerde dat wanneer God een punt is in een cirkel, en de buitenste omtrek van de cirkel de fysieke vorm vertegenwoordigt, dat dan de radiuslijnen die vanuit de punt in het midden uitstralen naar de rand, de verschillende stadia van bewustzijn en diverse uitingen van de Ene vertegenwoordigen.

In de buitenste omtrek van de cirkel lijkt elke straal uniek en verschillend, maar de bron van alle puntjes op de lijn is God; het mysterie der mysteries.

Het punt in de cirkel vinden we ook terug in de vrijmetselarij en is vaak afgebeeld op oude tableaus. De cirkel met de punt in het midden symboliseert ook goud en de zon.

De weg naar het middelpunt van de cirkel was het pad van de Gnosis. Christus zei dat degenen die vóór hem waren gekomen, gedoopt waren met water en lucht (eerst en tweede inwijding), maar dat hij kwam om met vuur te dopen. Vuur vertegenwoordigde de inwijding in de Gnosis. In de vrijmetselarij is deze gerelateerd aan haar derde graad.

Deel I: De gnostische wortels van de vrijmetselarij
Slot: De gnostische wortels van de vrijmetselarij

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *