Artikelen

Bezinningslessen in het onderwijs

Bezinningslessen in het onderwijs 1

Bezinningslessen in het hoger of middelbaar onderwijs, ook wel contemplatief onderwijs genoemd, is niet alleen een nieuwe vorm van onderwijs maar ook een nieuwe visie op onderwijs. Bezinningslessen bestaan niet alleen uit theoretische lessen over levensbeschouwing, religie en spiritualiteit maar ook uit praktische lessen waaronder vormen van meditatie.

Doordat bezinning en spiritualiteit vele vormen kent, is er ook geen eenduidige theorie of praxis over de toepassing van contemplatief onderwijs in het klaslokaal. In dit artikel wordt dieper ingegaan op wat contemplatief onderwijs is, haar voordelen en toepassing.

Voordelen van bezinningslessen in het onderwijs
Waarom zouden leerlingen lessen in spiritualiteit en bezinning krijgen op school wanneer ze ook buiten schooltijd naar mindfulness of meditatie- of yogalessen kunnen gaan? Het antwoord op deze vraag is hetzelfde voor alle andere vakken die in het onderwijs worden gegeven, zoals voor wiskunde en aardrijkskunde, maar ook voor gymnastiek of zoals vroeger zwemles.

Leerlingen krijgen deze essentiële vaardigheden niet altijd van huis mee. Door bezinning te onderwijzen op school wordt het onderdeel van de meest intensieve intellectuele training in hun leven. Ze leren niet alleen manieren om cognitief kennis op te doen, maar ook intuïtief. Hierdoor wordt de invulling van termen als ‘slim’, ‘academisch’, ‘intelligent’ en ‘intellectueel’ verruimd en geïntegreerd met termen als ‘wijs’, ‘alert’, ‘intuïtief’ en ‘gebalanceerd’.

Los van de voordelen die contemplatief onderwijs biedt op het gebied van geestelijke verbeteringen zorgt praktisch contemplatief onderwijs in de vorm van bijvoorbeeld meditatie voor meer ontspannen leerlingen die beter bestand zijn tegen de stress van het (middelbare) schoolleven.

Het belangrijkste voordeel van contemplatief onderwijs is dat het een brug vormt tussen de interesse van leerlingen in zelfkennis, zelfontwikkeling en -verbetering en kritisch denken. Contemplatief onderwijs helpt een leerling om een beter mens te worden en niet alleen een goede academicus, werknemer of ondernemer.

Contemplatief onderwijs is onderdeel van een geheel nieuwe visie op de aard van onderwijs en dient daarom opgenomen te worden in het educatieve hart van het onderwijs, namelijk het klaslokaal.

Toetsen van vooruitgang
In het moderne onderwijs geldt het adagium ‘meten is weten’. De vooruitgang van een leerling dient periodiek gemeten te worden. Maar hoe meet men vooruitgang in spiritualiteit en contemplatie?

Voor een groot deel hetzelfde als bij de ‘gewone’ vakken, door te kijken naar de aanwezigheid van de leerling in de klas, zijn of haar betrokkenheid bij de lessen, of de leerling het huiswerk doet (bijvoorbeeld in de vorm van korte persoonlijke evaluaties) en het vermogen van de leerling om de bezinningslessen toe te passen in het dagelijks leven.

Andere criteria om te toetsen zijn: hoe lang ze de praktische lessen volhouden, hoe goed ze hun ervaringen opgedaan in de praktische lessen onder woorden kunnen brengen en hun vermogen om hun persoonlijke ervaringen te koppelen aan de theorie. Lastiger te toetsen, maar niet onmogelijk, is de niveaus van alertheid, of mentale aanwezigheid, van de leerling en de toenemende inzichten in de eigen geestelijke en emotionele binnenwereld.

meditatieDe belangrijkste vorm van toetsing in contemplatief onderwijs is de periodieke zelfevaluatie in de vorm van open vragen. Aan de hand van een aantal criteria, zoals hierboven vermeld, evalueert de leerling zijn of haar eigen progressie en betrokkenheid. De leerling evalueert de criteria op een schaal van ‘dient verbeterd te worden’ tot ‘uitstekend’.

Wanneer de zelfevaluatie hoger scoort dan de score van de onderwijzer dan kan de leerling neigen naar zelfoverschatting of ego-inflatie. Indien de leerling zichzelf een lagere score geeft dan die van de onderwijzer dan kan er een neiging zijn naar zelf-sabotage of een laag zelfbeeld.

Het doel van de zelfevaluaties is dat de innerlijke radar, of het intuïtief gevoel voor waarheid – en vooral een waar beeld van zichzelf – wordt verbeterd. Jezelf leren kennen wordt dan een van de moeilijkste en hardste vakken in het onderwijs.

Religieuze gevoeligheid
Contemplatief onderwijs kan weerstand oproepen bij sommige leerlingen en ouders vanuit hun persoonlijke levensovertuiging of culturele achtergrond. Om zoveel mogelijk te voorkomen dat leerlingen of ouders aanstoot nemen aan de invulling van contemplatief onderwijs dient deze syncretisch en seculier ingevuld te worden.

Indien een leerling niet mag of wil deelnemen aan de praktijklessen dan kan hij of zij vervangende theoretische lessen krijgen. De praktijklessen dienen te bestaan uit verschillende vormen waartussen de leerling kan kiezen. Ook is het mogelijk dat de praktijklessen die meegegeven worden als huiswerk (tijdelijk) botsen met de drukke buitenschoolse agenda van een leerling. In dat geval kan er voor die lessen dispensatie worden gegeven.

Om te voorkomen dat een leerling vanuit de religieuze achtergrond een probleem ervaart met de praktijklessen is door toe te staan dat deze de contemplatieve methode(n) uit zijn eigen religieuze achtergrond toepast en bestudeert.

Bezinning, religie en spiritualiteit in de klas
De term ‘contemplatief’ in contemplatief onderwijs is een bredere term dan ‘religieus’ of ‘spiritueel’. Er zijn vele manier om contemplatief te zijn. Voor contemplatie en bezinning in de klas is geen geloof in een hogere macht nodig, noch het aanhangen van een religie. Het enige geloof dat een leerling dient te hebben, is die in zichzelf en in zijn of haar eigen vermogens om op verschillende en nieuwe manieren te ‘leren’.

Contemplatieve methoden eisen, onderwijzen of bevorderen geen religie, noch een bepaalde levensvisie of -overtuiging. Contemplatieve methoden boren de innerlijke, vaak onontdekte, capaciteit aan voor intuïtieve kennis, groter bewustzijn, onvoorwaardelijke compassie voor zichzelf en anderen, waardering van schoonheid en creatieve talenten. Religie mag het geestelijke benadrukken, maar dat betekent niet dat het geestelijke niet los van religie bestaat.

Een niet-religieuze contemplatieve oefening is bijvoorbeeld door met de leerlingen naar buiten te gaan en hen de opdracht te geven om aandachtig iets in de natuur te observeren, bijvoorbeeld een insect, een blaadje, een boom of vogel en te zien of de leerling de wereld kan zien vanuit dat andere oogpunt. Deze oefening bevordert niet een religieus besef van de wereld maar vooral een diep-menselijke alertheid.

Contemplatief onderwijs houdt zich vooral bezig met ervaringen. In die zin is het een terugkeer naar de wortels van liberaal of vrij onderwijs (de vrije kunsten). Oorspronkelijk was onderwijs (Latijns ‘educare’) bedoeld om de latente talenten en vermogens in de leerling uit hem of haar naar boven te halen middels respect en training.

Het gevaar van ‘bekering’ en de rol van de onderwijzer
In contemplatief onderwijs is het mogelijk dat de onderwijzer wordt gezien als een goeroe of spiritueel leraar. Leerlingen kunnen door middel van contemplatief onderwijs krachtige, soms levensveranderende, innerlijke ervaringen krijgen. Het gevaar ligt dan om de hoek dat de leerling de (geestelijke) bron van deze ervaringen legt bij de onderwijzer.

Om dit te voorkomen moet de onderwijzer bewust zijn van dit gevaar. Net als dat een leraar ervan bewust moet zijn dat de opkomende hormonen bij de pubers ervoor kunnen zorgen dat ze amoureuze gevoelens krijgen voor de leraar. De leraar in het contemplatief onderwijs dient altijd een zekere mate van professionele afstandelijkheid te bewaren en ervan bewust te zijn dat er een gezagsverhouding is.

Om te voorkomen dat een leraar zijn of haar levensovertuiging of religie bewust oplegt aan de leerlingen is het noodzakelijk dat er duidelijk wordt gecommuniceerd dat leerlingen niks hoeven te geloven. Ten minste, niet meer dan dat ze dat moeten doen voor andere vakken. Immers, dat 1 plus 1 twee is, dat of de aarde rond is, is geen geloof.

Sommige leraren in gewone vakken geven ook zeer orthodox les of hebben ook een sterke mening over wat ‘waar’ is. Maar door de aard van het contemplatief onderwijs en de focus op persoonlijke zelfevaluaties komt ‘bekering’ daar minder vaak voor. Een leerling mag alles in contemplatief onderwijs accepteren of weigeren indien hij of zij daar een grondige visie met eigen inzichten over geeft.

Diversiteitsproblemen
In het contemplatief onderwijs is het bijna niet te voorkomen dat religieuze en culturele onderwerpen aan bod komen. Het gevaar ligt dan op de loer dat deze onderwerpen vanuit een westerse invalshoek worden bekeken. De onderwijzer dient daarom transparant te zijn over welke onderwerpen vanuit welke specifieke religieuze of culturele tradities komen, of waar en waarom de leraar bepaalde onderwerpen voor zijn lessen heeft aangepast.

Contemplatie is universeel en behoort niet tot het oosten of het westen. Noch behoort het toe aan een enkele religieuze stroming. Contemplatie is van iedereen, net als dat slaap van iedereen is. Geen traditie, cultuur of religie heeft het alleenrecht op innerlijk geluk en hoger (of meer) bewustzijn.

Dit betekent niet dat de onderwijzer met een grote boog om religie en religieuze methoden van contemplatie heen moet gaan. Juist niet. De onderwijzer dient verschillende religieuze methode van contemplatie in theorie en praktijk te onderwijzen, zodat de leerling zelf kan zien waar zijn of haar affiniteit ligt. Maar wel altijd vanuit de context, heilige teksten, spirituele leraren en praktijk van de tradities zelf.

Omdat het ondoenlijk is voor een leraar om deskundig te zijn in alle religieuze kennis en praktijken is het aangeraden om spirituele leraren uit de verschillende tradities uit te nodigen in de klas. Een leraar mag geen religieuze contemplatieve methode onderwijzen, tenzij hijzelf daar vanuit die traditie toe is bevoegd.

meditation-imageDoor verschillende contemplatieve methode te bespreken, wordt het voor de leerlingen mogelijk om de verbanden en overeenkomsten ertussen te vinden. Dit zorgt voor meer respect voor en tussen religieuze tradities, religieus pluralisme en inter-religieus dialoog. Op deze manier is contemplatief onderwijs niet alleen een brug tussen het externe en innerlijke leven van de leerlingen, maar ook tussen leerlingen onderling.

Praktische religieuze contemplatieve methoden moeten niet als een soort hap-snap menu worden aangeboden. Het moet mogelijk zijn voor een leerling om gedurende het lesjaar te kiezen voor een bepaalde contemplatieve methode en deze het gehele lesjaar te blijven praktiseren. De leerling dient wel de theoretische kennis van de andere tradities tot zich te nemen en zich daarover te bezinnen.

Onderwijzer of yoga-leraar
Een leraar aardrijkskunde, wiskunde, lichamelijke oefening of maatschappijleer dient deskundig te zijn in het vak, maar hij hoeft deze zelf niet (professioneel) te beoefenen. Dit geldt ook voor de leraar contemplatief onderwijs.

Hij of zij hoeft zelf niet mee te doen aan de contemplatieve oefeningen. De leraar contemplatief onderwijs is een gids naar de innerlijke wereld van de leerling. De leraar is voornamelijk verantwoordelijk om een omgeving te scheppen waarin leerlingen op een veilige, respectvolle en geleidelijke manier kunnen afdalen in het binnenste om daar intuïtieve (zelf)kennis op te doen. Eventueel kan de leraar een leerling doorverwijzen naar een school of leraar buiten de klas.

Mentale of psychische problemen
Het kan gebeuren dat een leerling tijdens de contemplatieve lessen in een emotionele, mentale of psychische toestand terechtkomt. Het is belangrijk om, voordat de lessen beginnen, dit al te bespreken met de leerlingen. Contemplatie kan soms een gemoedstoestand veroorzaken die niet comfortabel is. Soms zelfs eentje waar professionele hulp voor nodig is. Dit betekent niet dat er iets ‘mis’ is met de leerling. Het betekent vooral dat de leerling iets heeft bereikt of aangeboord waar hij of zij iets mee moet doen. Het kan een belangrijke stap in de zelfontwikkeling van de leerling betekenen.

De school dient goede geestelijke ondersteuning te bieden. De meeste scholen hebben al een geestelijk begeleider, psycholoog of psychiater in dienst. Deze dient op de hoogte te zijn dat er contemplatief onderwijs wordt gegeven en in welke vorm. Het is niet aan de leraar contemplatief onderwijs om een leerling in een crisis professioneel bij te staan. Tenzij de leraar hiervoor is opgeleid. De leraar contemplatief onderwijs is geen volleerd psycholoog noch spiritueel leermeester.

De leraar contemplatief onderwijs dient op de hoogte te zijn van zijn of haar eigen valkuilen en sterke punten. Indien de leraar niet goed kan omgaan met emotionele of psychologische crisissen, dan kan hij of zij dit vak beter niet geven. Dit betekent niet niet dat de leraar contemplatief onderwijs er alleen voor staat. De leraar zou ondersteund moeten worden met een netwerk van lokale en ervaren collega’s. Tevens is het verstandig dat de leraar een eigen geestelijk begeleider heeft.

Van zelfkennis naar zelfontwikkeling naar zelfverbetering
Hoe kan een leerling kritisch leren denken wanneer hij niet eens weet ‘hoe’ hij denkt? Contemplatieve onderwijs maakt de leerling tot lesstof. Het draait de blik om van een blik naar buiten, naar een blik naar binnen.

In de Academische wereld wordt veel waarde gehecht aan de mening en inzichten van externe personen; deskundigen. Het impliceert ook dat een deskundige een bepaalde afstandelijkheid dient te bewaren van zijn kennisgebied. Contemplatief onderwijs hecht juist waarde aan persoonlijke ervaringen en inzichten.

Ter vergelijking: wanneer je in onbekend gebied naar een bergtop loopt, dan wil je liever de praktische inzichten horen van een ervaren wandelaar die al heen en terug naar de bergtop is geweest, dan de theoretische kennis van iemand op de parkeerplaats aan het begin van het wandelpad die zijn kennis uit een reisboekje heeft gehaald.

pinsbanner7Contemplatief onderwijs biedt leerlingen de mogelijkheid om een persoonlijk inzicht te krijgen uit een theoretisch inzicht van een deskundige. In die zin is contemplatief onderwijs een vreemde eend in de bijt omdat het geen boodschap heeft aan het ‘taboe van subjectiviteit’ in de academische wereld.

Onder de bezielende leiding van een contemplatief docent leren leerlingen te redeneren vanuit een subjectief perspectief maar op basis van deskundige kennis. Hierdoor kan een leerling beter luisteren naar andere subjectieve perspectieven.

Contemplatief onderwijs brengt leerlingen hierdoor culturele gevoeligheid bij en een waardering voor diversiteit vanuit de ervaring, in plaats vanuit een intellectuele theorie. De onderwijsinstelling dient zich ervan bewust te zijn dat contemplatief onderwijs een uitdaging vormt voor seculier, religieus en academisch onderwijs.

Vanuit een postmodern, individualistisch en postkoloniaal perspectief dient er ruimte gemaakt te worden voor alternatieve denkwijzen die autobiografische, experiëntiële en interpersoonlijke dimensies bevatten.

De lesruimte
Voor contemplatief onderwijs is een veilige, afgesloten en stille ruimte nodig. Veel scholen hebben al een gebedsruimte, rustruimte of stilteplek. Deze kan prima dienst doen als klaslokaal voor contemplatieve lessen. Maar ook een gewoon klaslokaal is goed geschikt.

Contemplatief onderwijs is niet afhankelijk van een locatie of bepaalde factoren. Het voordeel van een eigen ruimte is dat de positieve energie die vrijkomt in de contemplatie-lessen wordt vastgehouden. De leraar en leerlingen kunnen de ruimte zo inrichten dat de focus duidelijk gericht wordt naar stilte, zelfonderzoek, meditatie, vredige gevoelens, harmonie en afzondering.

Wanneer de leerlingen door de deur de ruimte instappen dan stappen ze letterlijk en figuurlijk een andere wereld binnen. Ze dienen hun schoenen af te doen, smartphones uit te zetten, tassen en jassen op te bergen en op de grond te zitten. Er dienen geen al te opzichtige religieuze en culturele symbolen aanwezig te zijn.

De inrichting van de ruimte zou in samenspraak met de leerlingen die het vak volgen kunnen gebeuren. De ruimte dient de uitstraling te hebben van een academische ruimte, meer dan die van een religieuze ruimte.

 

Het externe werk kan nooit klein zijn
wanneer het innerlijke werk groot is.
En het externe werk kan nooit groot zijn
wanneer het innerlijke werk klein is.
– Meister Eckhart

Don`t copy text!
Avatar

Meld je aan voor onze nieuwsbrief

Vind je het leuk om via onze nieuwsbrief op de hoogte blijven van de activiteiten van De Mystieke School schrijf je dan nu in!
Holler Box