Artikelen

Bordspelen als een stoïcijnse oefening

Bordspellen zijn razend populair, bij zowel jong als oud. In veel huiskamers komt een paar keer per week een bordspel op tafel als Kolonisten van Catan, Carcassonne, Cluedo of Monopolie. Hoewel het ‘maar’ spellen zijn, kunnen bordspelen ons veel leren over het echte leven. Je zou zelfs misschien kunnen zeggen dat hoe iemand een bordspel speelt, hij zijn leven ‘speelt’.

Ervaren balspelers gedragen zich ook op een dergelijke manier. Geen van hen is bezorgd over of de bal goed of slecht is, maar alleen over hoe zij gooien en vangen.
—Epictetus, Discourses, 2.5.15,18

In de meeste bordspelen heb je in beperkte mate een vrije keuze in hoe je het spel speelt. Je dient je aan de regels te houden, maar het is wel de bedoeling dat je slim en competitief speelt. Maar uiteindelijk wordt het spel voor het grootste gedeelte bepaald door kans, namelijk door de dobbelstenen.

Hierdoor is het niet altijd zeker wie er wint. Zelfs wanneer je speelt met zeer ervaren spelers kunnen die nog steeds verliezen wanneer ze slecht rollen. Het strategisch inzicht van een speler bepaalt maar voor een klein gedeelte zijn winstkansen.

Net als in bordspelen bevat ons leven ook een belangrijk component waar we geen controle over hebben; welke beslissingen we ook nemen.

Moreel geluk en Apatheia

Het komt allemaal neer op wat filosofen ‘moreel geluk’ noemen. Wanneer je een bordspel speelt denk je – of wil je graag denken – dat je in belangrijke mate controle hebt over de uitkomst, namelijk of je wint of verliest.

Als we logisch zouden nadenken dan zouden we concluderen dat door kans, door de dobbelstenen, we eigenlijk weinig invloed op de uitkomst hebben. Hierdoor houden we een verkeerde gedachtegang aan. We denken dat doordat wij goed zijn, de grillen van het lot ons ook gunstig zijn.

Moreel geluk beschrijft de omstandigheden waarbij iemand wordt gestraft of beloond voor een actie of de consequenties van een actie, terwijl het duidelijk is dat die persoon geen volledige controle had over de actie of de consequenties.

Mensen koppelen, in ieder geval intuïtief, verantwoordelijkheid aan vrijwillige actie. We vinden immers dat iemand straf of beloning verdient wanneer hij vrijwillig iets heeft gedaan en wist wat de gevolgen van de actie waren. Helaas koppelen we deze verantwoordelijkheid ook aan dingen die buiten onze controle liggen.

Wanneer een belangrijk aspect van wat iemand doet, afhangt van factoren buiten zijn controle, maar we blijven hem in dat respect behandelen als een object van morele veroordeling, dan kan dit moreel geluk genoemd worden.
—Nagel, Moral Luck (1993), p. 59.

Stoïcijnen proberen deze foute gedachtegang van moreel geluk te vermijden. Zij verdelen de dingen in ‘dingen onder onze controle’ en ‘dingen niet onder onze controle’. Stoïcijnen herinneren zichzelf elke dag eraan dat de dingen waar zij geen controle over hebben niets zeggen over hen als mens, noch positief noch negatief.

Hier komt ook het zo vaak verkeerd begrepen principe vandaan van het ‘beteugelen van onze passies en begeerten’ (onze emoties). Stoïcijnen onderdrukken niet hun emoties, maar zij identificeren en corrigeren de vier manieren waarbij we irrationele emoties krijgen over dingen waar we geen controle over hebben. 

Begeerte (epithumia): “Als ik het spel win dan betekent dat dat ik het spel goed heb gespeeld!”
Angst (phobos): “Als ik het spel verlies dan betekent dat dat ik het spel slecht heb gespeeld!”
Plezier (hêdonê): “Ik ben aan het winnen! Hahaha, ik ben de beste!”
Verdriet (lupê): “Ik ben aan het verliezen. Verdorie, wat ben ik slecht.”

Bovenstaande emoties zijn een essentieel onderdeel van ons menszijn, wat ons motiveert om te leven en te overleven. We kunnen ons leven niet zonder hen leiden.

Voor een stoïcijn is het onzinnig om bovenstaande emoties leidend te laten zijn wanneer we ze voelen door dingen die buiten onze controle liggen. In plaats daarvan dien we te wensen (boulêsis) dat we ons op ons best gedragen, we alert (eulabeia) dienen te zijn dat we geen fouten maken en we voelen vreugde (chara) wanneer we weten dat wij of anderen zich moreel goed hebben gedragen.

Stoïcijnen proberen ‘apatheia‘ te cultiveren. Dit is niet zo zeer een toestand zonder emoties, maar een toestand waarbij je je niet laat leiden door emoties.

Bordspelen als een spirituele oefening

Wanneer we het spelen van een bordspel zien door de ogen van een stoïcijn dan zien we dat we veel Plezier voelen wanneer we aan het winnen zijn en dat we veel Verdriet voelen wanneer we verliezen. We voelen dit ondanks dat we weten dat winnen of verliezen een kwestie van kans is, en dus geluk. Onze strategische inzichten helpen een beetje bij het winnen of verliezen, maar lang niet in de mate om te concluderen dat jij de beste of slechtste speler bent.

Als je wil weten of je een goede of slechte speler was, dan dien je niet te kijken naar de uitkomst van het spel, maar naar wat je innerlijke staat was tijdens het spelen van het spel.

Als je het moeilijk vindt om goede (morele) beslissingen te nemen in een bordspel, hoe moeilijk is het dan om Plezier en Verdriet op afstand te houden in je dagelijkse leven, wanneer het bijvoorbeeld gaat over een sollicitatie, mogelijke carrièrekansen, je reputatie? Of bij jouw politiek-activistische pogingen om de wereld een beetje beter te maken? Of wanneer je een positieve impact op de wereld om je heen probeert te maken?

Epictetus geeft ons het advies om eerst te oefenen op de kleine dingen in het leven, en pas wanneer we daar goed (moreel) op reageren verder te gaan met de grote dingen (Discourses, 1.18.17).

Een simpel bord- of kaartspel lijkt niks te maken te hebben met de pieken en dalen in het echte leven, maar toch kunnen ze ons veel leren over hoe wij gezonde emoties kunnen cultiveren terwijl we de strijd aangaan om de doelen die de natuur ons heeft gesteld najagen.

En dit is waar het in de stoïcijnse progressie naar morele perfectie om draait. We dienen ons te trainen in het waarderen van de juiste morele keuzes in plaats van de willekeurige resultaten van moreel geluk.

Je moet het leven handeling voor handeling opbouwen. Als iedere handeling, voor zover mogelijk, aan zijn doel beantwoordt, wees dan tevreden. Daarin kan niemand je hinderen. ‘Maar’, zal je antwoorden, ‘een uiterlijke omstandigheid kan mij belemmeren.’ Weet toch dat niets je kan verhinderen rechtvaardig, wijs en weloverwogen te handelen. ‘Maar’, zal je zeggen, ‘misschien wordt wel een of andere activiteit gehinderd.’ Juist door in die belemmering te berusten en je er na rijp beraad toe te bepalen jouw pogingen te richten op wat je wel kunt doen, zie je jezelf terstond voor een nieuwe activiteit geplaatst, die in overeenstemming zal zijn met de opbouw van het leven waarover wij hier spreken.
—Marcus Aurelius, Meditations, 8.32.

 

0 0 stem
Article Rating
Abonneer
Abonneren op
guest

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

0 Reacties
Inline Feedbacks
Bekijk alle opmerkingen
Het overnemen van tekst is niet toegestaan
0
Wil je reageren op dit artikel?x
()
x