Spirituele oefeningen

Spirituele oefeningen

Elke filosofische school heeft een bepaalde visie op het leven; een ideaal van wijsheid. Elke filosofie heeft daardoor een corresponderende innerlijke attitude. Spanning bijvoorbeeld voor de stoïcijnen of juist ontspanning door de epicuristen. Elke school beoefende bovenal bepaalde oefeningen ontworpen, of een spirituele progressie tot stand te brengen, naar een ideale staat van wijsheid. Deze oefeningen van de rede, geest of ziel zijn wat de fysieke oefeningen zijn voor de atleet, of wat het medicijn is voor een aandoening.

De oefeningen bestaan voornamelijk uit zelfbeheersing en meditatie. Zelfbeheersing is onontbeerlijk voor zelfbewustzijn in de letterlijke zin; een voortdurende waakzaamheid op je eigen acties of een verwerping van onnodige begeertes. Hier is (wils)kracht voor nodig, geloof in morele vrijheid en de mogelijkheid van zelfverbetering. De filosoof moet niet alleen zijn woede leren beheersen, maar ook zijn nieuwsgierigheid, zijn spraak en zijn liefde voor rijkdom en status. De filosoof doet dit stapsgewijs. Hij begint bij wat makkelijk is en bouwt dit gradueel op naar moeilijkere zaken om langzaam een meer stabiel en stevig karakter te verkrijgen.

Meditatie, of de oefening van de rede, staat bovenaan de lijst met belangrijkste oefeningen. In tegenstelling tot Aziatische meditatieve oefeningen, zoals in het Boeddhisme of Hindoestaanse yoga, is de meditatie van de oude filosofen niet gerelateerd aan het fysieke, maar is het een puur rationele, intuïtieve en aanschouwelijke oefening die op veel verschillende manieren kan worden gedaan.

Ten eerste bestaat de filosofische meditatie uit het uit het hoofd leren en eigen manier van de basisregels (of dogma’s) en leefregels van de school. Door deze oefening verandert de visie van de student op de wereld en wordt hij langzaamaan innerlijk getransformeerd tot een ‘beter’ mens. Nadenken of mediteren over onze plaats in de wereld en het universum kan bijvoorbeeld leiden tot de deugden van nederigheid en bescheidenheid. Het is essentieel dat de student de leefregels en dogma’s ‘bij de hand’ heeft zodat hij zich in alle omstandigheden kan gedragen als een filosoof.

Dankzij Philo van Alexandrië hebben we twee lijsten met spirituele oefeningen. Een van deze lijsten geeft de volgende oefeningen: onderzoek (zetesis), grondige analyse (skepsis), lezen (anagnosis), luisteren (akroasis), aandacht (prosoche), zelfbeheersing (enkrateia) en onverschilligheid ten opzichte van onverschillige dingen. De andere lijst noemt achtereenvolgens: lezen, meditaties (meletat), therapieën van de hartstochten, herinneren van goede dingen, zelfontwikkeling (enkrateia), en de voldoen aan onze plichten.

Met behulp van bovenstaande opsommingen kunnen we typisch stoïcijnse oefeningen reconstrueren. Deze oefeningen kunnen we onderverdelen in drie groepen, te weten: aandacht, meditatie en ‘herinneren van goede dingen’. De meer intellectuele oefeningen zijn: lezen, luisteren, onderzoek en analyse. De meer actieve oefeningen zijn: Zelfontwikkeling, voldoen aan onze plichten en onverschilligheid ten opzichte van onverschillige dingen.

Aandacht (prosoche) is de allerbelangrijkste stoïcijnse attitude of levenshouding. Het is een voortdurende alertheid en waakzaamheid, een zelfbewustzijn dat nooit slaapt en een voortdurende spanning van de geest. Door deze attitude is de filosoof zich volledig bewust in elk moment van wat hij doet. Al zijn acties zijn bewust en gewild. Door deze spirituele waakzaamheid is de stoïcijn altijd bewust van de belangrijkste levensles: Het onderscheid tussen wat afhankelijk is van hem en wat niet. Deze attitude zouden we tegenwoordig mindfulness noemen; een concentratie op het huidige moment, ofwel het ‘zijns-moment’.

Aandacht zorgt ervoor dat we onmiddellijk kunnen reageren op gebeurtenissen. Alsof het leven je vragen stelt waar je direct antwoord op dient te geven. Om deze aandacht mogelijk te maken, moet de filosoof altijd de fundamentele leerstellingen van zijn school bij de hand hebben. Hij dient zich de leefregels (kanon) van zijn leerschool geheel eigen te hebben gemaakt. Dit doet de filosoof door in meditatie deze leefregels toe te passen in allerlei denkbeeldige situaties die zich in het leven voordoen. Net als dat we rekenkundige of taalkundige principes in de praktijk leren toe te passen door ze in verschillende situaties te oefenen. In de filosofie hebben we echter niet te maken met enkel kennis, maar met de transformatie van onze persoonlijkheid. De beoefenaar van de filosofie transformeert tot iets geheel nieuws; een nieuwe vorm. Als een rups die een vlinder wordt.

Altijd en op elk moment is het aan jou om verheugd te zijn over wat er op dit moment gebeurt en om je rechtvaardig te gedragen naar de mensen die hier op dit moment aanwezig zijn. Elk moment dien je alert te zijn zodat je helder en objectief onderscheid kunt maken in wat er gebeurt, zonder dat iets daarvan aan je aandacht ontglipt. Attentie in het huidige moment is de basis van alle spirituele oefeningen. Het is de manier waarop we onze emoties en begeertes de baas kunnen worden en een stabiel en harmonieus leven kunnen leiden.

De stoïcijnen maakten veelvuldig gebruik van een ‘schrijfmeditatie’ en een ‘geestelijke meditatie’.